Tyrosine
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 10 |
Inhoudsopgave
Tyrosine: Van een voedingscomponent naar cauda equina-syndroom
Samenvatting in één zin
Tyrosine is een aminozuur dat in de Nederlandse registratie alleen voorkomt als onderdeel van een parenterale voedingsemulsie (OLIMEL N7), die inmiddels is doorgehaald. Het TxGNN-model voorspelt een mogelijk effect bij cauda equina-syndroom, maar hiervoor zijn geen klinische studies en geen publicaties gevonden; de voorspelling is puur computationeel.
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Niet beschikbaar (de registratie bevat geen indicatietekst) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Cauda equina-syndroom |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,77% |
| Bewijsniveau | L5 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen doorgehaald (geen geldige registratie) |
| Aantal registraties | 1 (doorgehaald) |
| Aanbevolen beslissing | Hold |
Waarom is deze voorspelling (on)aannemelijk?
Op dit moment zijn er geen gedetailleerde gegevens over het werkingsmechanisme beschikbaar. Tyrosine is een aminozuur en een voorloper van catecholamines (dopamine, noradrenaline) en schildklierhormonen. De oorspronkelijke indicatie is in de beschikbare gegevens niet vastgelegd.
Voor cauda equina-syndroom, een compressie of beschadiging van zenuwwortels in de lage rug, is op basis van de verzamelde gegevens geen aannemelijke biologische route naar een effect van tyrosine te onderbouwen. De hoge score (rang 3450 in het model) wordt niet ondersteund door klinisch of experimenteel bewijs.
Overige voorspelde indicaties (ter context)
De gegevens bevatten nog negen andere voorspellingen. Geen daarvan heeft sterk bewijs:
| Voorspelde indicatie | Score | Bewijsniveau | Beoordeling |
|---|---|---|---|
| Voormalige neurogene blaas (verouderde ziektenaam) | 99,55% | L5 | Geen bewijs; ziekte-item is verouderd in de ontologie |
| Geslotenkamerhoek-glaucoom | 99,54% | L5 | Alleen indirecte associaties (o.a. observationele studie naar aminozuurprofielen), geen therapeutisch bewijs |
| Hyperthyreoïdie | 99,51% | L5 | Biochemisch verband bestaat, maar extra substraat is bij hormoonoverschot waarschijnlijk neutraal of nadelig |
| Posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom (POTS) | 99,46% | L4 | Alleen één casuïstiek met een stof met tegengestelde werking (metyrosine) |
| Hyperthyroxinemie | 99,46% | L5 | Geen rationele behandeling; literatuur niet relevant voor tyrosine |
| Resistentie tegen schildklierhormoon (THRB-mutatie) | 99,40% | L5 | Receptordefect; een hormoonvoorloper corrigeert dit niet |
| Traumatisch glaucoom | 99,35% | L5 | Geen direct verband |
| Aqueous misdirection | 99,35% | L5 | Geen studies, geen literatuur |
| Neovasculair glaucoom | 99,32% | L5 | Literatuur gaat over andere behandelingen (o.a. anti-VEGF), niet over tyrosine |
Bewijs uit klinische studies
Voor cauda equina-syndroom is momenteel geen gerelateerde klinische studie geregistreerd.
Voor andere voorspelde indicaties is één studie gevonden, bij hyperthyreoïdie:
| Studienummer | Fase | Status | Inschrijving | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| NCT06264544 | N.v.t. | Nog niet gestart met werven | 150 | Gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie naar een supplement met zink, selenium en L-tyrosine ter preventie van thyreotoxicose bij personen met een SEPP1-polymorfisme. Tyrosine is niet het enige onderzochte middel; er zijn geen resultaten. |
Bewijs uit de literatuur
Voor cauda equina-syndroom is momenteel geen gerelateerde literatuur beschikbaar.
Hieronder de meest relevante publicaties bij andere voorspelde indicaties. Geen ervan toont therapeutisch voordeel van tyrosine.
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 42812246 | 2026 | Cohort | Frontiers in Medicine | Veranderingen in plasma-aminozuren bij vroeg primair geslotenkamerhoek-glaucoom; observationele associatie, geen behandeleffect |
| 39063020 | 2024 | Casuïstiek | Int J Mol Sci | Stressgerelateerd chronisch vermoeidheidssyndroom met respons op alfa-methyl-p-tyrosine (een remmer van tyrosinehydroxylase, dus tegengestelde werking) |
| 36848916 | 2023 | Review | Lancet Diabetes Endocrinol | Algemeen overzicht van hyperthyreoïdie; geen onderzoek naar tyrosine |
| 32202644 | 2020 | Overig | JAMA Netw Open | Schildklierfunctie bij alkaptonurie (stoornis in tyrosineafbraak); geen behandelstudie |
| 10579356 | 1999 | Preklinisch/mechanistisch | Endocrinology | Mutaties in de schildklierhormoon-bètareceptor die ligandbinding verstoren |
| 35087972 | 2021 | Review | Rom J Ophthalmol | Overzicht van neovasculair glaucoom; tyrosine niet onderzocht |
| 22644448 | 2012 | Review | Jpn J Ophthalmol | Retinale remodellering; geen verband met tyrosinetherapie |
Let op: enkele zoekresultaten betreffen tyrosinekinaseremmers, niet het aminozuur tyrosine, en zijn dus niet relevant als bewijs.
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 105717 | OLIMEL N7, emulsie voor infusie | Emulsie voor infusie | Niet beschikbaar |
Deze registratie is doorgehaald; er is geen geldige registratie bij het CBG-MEB.
Veiligheidsoverwegingen
Raadpleeg de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) voor veiligheidsinformatie. In de voor dit rapport verzamelde gegevens zijn geen waarschuwingen, contra-indicaties of geneesmiddelinteracties vastgelegd. Dit betekent niet dat deze er niet zijn.
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Hold
Onderbouwing:
- De TxGNN-score is zeer hoog (99,77%), maar er zijn geen klinische studies of publicaties en geen aannemelijk mechanisme voor cauda equina-syndroom (bewijsniveau L5). Ook voor de overige voorspelde indicaties ontbreekt overtuigend bewijs. Bovendien is de enige Nederlandse registratie doorgehaald.
Om verder te gaan is het volgende nodig:
- Veiligheidsgegevens uit de SmPC/bijsluiter van het CBG-MEB (waarschuwingen en contra-indicaties), een blokkerende gegevenslacune voor veiligheidsscreening
- Gegevens over het werkingsmechanisme (bijvoorbeeld via DrugBank)
- Een gefundeerde mechanistische hypothese en preklinisch bewijs voor de voorspelde indicatie
- Beoordeling van de toedieningsroute en de formulering die voor de nieuwe indicatie nodig zouden zijn
- Heroverweging van de kandidaatindicatie: de indicaties met een biochemisch verband (schildklier, catecholamines/POTS) verdienen eerst een mechanistische evaluatie, hoewel het beschikbare bewijs ook daar zwak of tegenstrijdig is
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.