Sotalol

Bewijsniveau: L5 Voorspelde indicaties: 7

Inhoudsopgave

  1. Sotalol
  2. Sotalol: Van atriumfibrilleren naar beroerte (stroke disorder)
    1. Samenvatting in één zin
    2. Snel overzicht
    3. Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
    4. Bewijs uit klinische studies
    5. Bewijs uit de literatuur
    6. Informatie over de Nederlandse markt
    7. Veiligheidsoverwegingen
    8. Conclusie en vervolgstappen
    9. Disclaimer

## Farmaceutisch beoordelingsrapport

Sotalol: Van atriumfibrilleren naar beroerte (stroke disorder)

Samenvatting in één zin

Sotalol is een bètablokker met klasse III-antiaritmische werking, oorspronkelijk gebruikt bij atriumfibrilleren. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij beroerte (stroke disorder), de voorspelling met het meeste bewijs van de zeven kandidaten. Daarvoor zijn 1 klinische studie (fase 3) en 20 publicaties gevonden, maar dit bewijs is indirect: het gaat vooral over atriumfibrilleren en niet over beroerte als eindpunt.


Snel overzicht

Item Inhoud
Oorspronkelijke indicatie Atriumfibrilleren (de goedkeuringstekst van de Nederlandse registratie is niet beschikbaar)
Voorspelde nieuwe indicatie Beroerte (stroke disorder)
TxGNN-voorspellingsscore 99,44%
Bewijsniveau L4 (indirect)
Marktstatus NL Alleen doorgehaalde registraties
Aantal registraties 1 (doorgehaald)
Aanbevolen beslissing Hold (onderzoeksvraag; nog niet verder in huidige vorm)

Waarom is deze voorspelling aannemelijk?

Gegevens over het werkingsmechanisme van sotalol zijn in de voor dit rapport samengestelde data niet beschikbaar. Op basis van algemene kennis is sotalol een bètablokker die ook de repolarisatie verlengt (klasse III) en zo het hartritme stabiliseert.

De relatie met beroerte is indirect. Atriumfibrilleren is een belangrijke oorzaak van cardio-embolische beroerte. Ritmecontrole met sotalol zou de belasting door atriumfibrilleren kunnen verminderen en daarmee mogelijk het beroerterisico. De fase 3-studie (NCT00007605) onderzocht echter het behoud van sinusritme bij atriumfibrilleren, dus de oorspronkelijke indicatie, en toont geen preventie van beroerte aan. Bewijs dat ritmecontrolemedicatie beroerte vermindert is beperkt; antistolling blijft de standaard voor beroerte-preventie. Daarom is het niveau verlaagd naar L4.

Overige voorspellingen zijn zwak onderbouwd (alle zonder klinisch bewijs of literatuur):

  • Sick sinus syndrome 2, autosomaal dominant (score 99,76%): sotalol kan sinusknoopdisfunctie en bradyaritmie juist verergeren; een veiligheidsrisico is aannemelijker dan een voordeel. Hold.
  • Wildervanck-syndroom (99,65%) en macrocefalie met dysmorfe gelaatstrekken en psychomotore retardatie (99,42%): geen plausibel mechanisme. Hold.
  • Sarcoglycanopathie (99,64%): aritmieën komen voor, maar er is geen aanwijzing dat sotalol de ziekte beïnvloedt. Hold.
  • Manische bipolaire stoornis (99,43%): de twee gevonden artikelen gaan over interacties en bijwerkingen (QT-verlenging met antipsychotica), niet over werkzaamheid. Hold.
  • Verouderde term “susceptibility to ischemic stroke” (99,23%): geen klinisch bruikbare indicatie; samenvoegen met de beroerte-vermelding.

Bewijs uit klinische studies

Studienummer Fase Status Inclusie Belangrijkste bevindingen
NCT00007605 Fase 3 Afgerond 706 CSP #399: amiodaron en sotalol vergeleken voor het behoud van sinusritme bij atriumfibrilleren. Indirect relevant via de route atriumfibrilleren-beroerte; beroerte was niet het primaire eindpunt.

Bewijs uit de literatuur

Selectie van de 10 meest relevante publicaties (er is geen RCT; reviews en cohortstudies overheersen):

PMID Jaar Type Tijdschrift Belangrijkste bevindingen
37485722 2023 Cohortstudie Circ Arrhythm Electrophysiol Retrospectieve vergelijking van dronedaron en sotalol bij veteranen met atriumfibrilleren.
38782070 2024 Cohortstudie (retrospectief) Int J Cardiol Effect van antiaritmica op cardiovasculaire uitkomsten bij atriumfibrilleren en coronairlijden.
28496906 2013 Cohortstudie (retrospectief) J Atr Fibrillation Risico op cardiovasculaire gebeurtenissen en beroerte: dronedaron versus amiodaron en andere antiaritmica.
37777295 2023 Review Am J Cardiol Richtlijnaanbevelingen voor keuze van antiaritmica bij atriumfibrilleren.
38011245 2023 Review Circulation Behandeling van atriumfibrilleren bij hypertrofische cardiomyopathie; beroerterisico.
25430048 2014 Review BMJ Clin Evid Acuut atriumfibrilleren; verhoogd risico op beroerte en hartfalen.
21718559 2011 Review BMJ Clin Evid Acuut atriumfibrilleren; verhoogd risico op beroerte en hartfalen.
9358515 1997 Review PACE Complicaties van atriumfibrilleren; antistolling met warfarine vermindert het beroerterisico.
29954667 2019 Observationeel Int J Cardiol Werkzaamheid en bijwerkingen van sotalol bij volwassenen met aangeboren hartafwijkingen.
1281807 1992 Overzicht Int J Cardiol Werkzaamheid en veiligheid van sotalol bij complexe ventriculaire aritmieën.

Geen van deze publicaties toont direct aan dat sotalol beroerte voorkomt.


Informatie over de Nederlandse markt

RVG-nummer Productnaam Toedieningsvorm Goedgekeurde indicatie
RVG 117148 Sotalol HCl Tiofarma 40 mg/4 ml, oplossing voor injectie (doorgehaald) Niet vermeld Niet vermeld

Veiligheidsoverwegingen

  • Contra-indicaties (uit de kennisgraaf, niet uit de bijsluitertekst): lang-QT-syndroom (ook familiair), torsades de pointes, astma (intrinsiek en allergisch), bronchiale aandoeningen, kaliumtekort, diabetes mellitus, diabetische ketoacidose, hypotensie, nierfunctiestoornis, atrioventriculair blok, sicksinussyndroom (ook familiair) en anafylaxie.
  • Geneesmiddelinteracties: 328 interacties gevonden. Belangrijke (Major) interacties zijn onder meer epinefrine, claritromycine, picosulfaat en polyethyleenglycol (3350 met elektrolyten). Daarnaast veel matige interacties, onder andere met famotidine, loperamide, bupropion, morfine, atropine, cimetidine, canagliflozine en dapagliflozine.
  • Proaritmisch risico: QT-verlenging en torsades de pointes, ook in combinatie met antipsychotica; nierfunctie vraagt om dosisaanpassing.

Raadpleeg voor waarschuwingen en contra-indicaties volgens de officiële tekst de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter van het CBG-MEB. Deze zijn niet in de samengestelde data opgenomen.


Conclusie en vervolgstappen

Beslissing: Hold

Onderbouwing:

  • Voor beroerte is er alleen indirect bewijs (een fase 3-studie naar ritmecontrole bij atriumfibrilleren), en antistolling blijft de standaard voor preventie. De overige zes voorspellingen hebben geen of alleen veiligheidsgerelateerd bewijs. De enige Nederlandse registratie is doorgehaald.

Om verder te gaan is nodig:

  • Officiële veiligheidsinformatie (SmPC/bijsluiter) van het CBG-MEB, een blokkerend datagat voor de veiligheidsscreening
  • Gegevens over het werkingsmechanisme (bijv. via DrugBank)
  • Studies met beroerte als primair eindpunt, of een analyse van beroerte-uitkomsten uit bestaande ritmecontrolestudies
  • Een beoordeling van het proaritmisch risico (QT, torsades) en de dosering bij nierfunctiestoornis
  • Verduidelijking van de huidige marktstatus en beschikbare toedieningsvormen in Nederland

    Disclaimer

Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.



Copyright © 2026 藥提醒科技有限公司 (yao.care). For research purposes only. Not medical advice.

This site uses Just the Docs, a documentation theme for Jekyll.