Sotalol
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 7 |
Inhoudsopgave
Sotalol: Van atriumfibrilleren naar beroerte (stroke disorder)
Samenvatting in één zin
Sotalol is een bètablokker met klasse III-antiaritmische werking, oorspronkelijk gebruikt bij atriumfibrilleren. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij beroerte (stroke disorder), de voorspelling met het meeste bewijs van de zeven kandidaten. Daarvoor zijn 1 klinische studie (fase 3) en 20 publicaties gevonden, maar dit bewijs is indirect: het gaat vooral over atriumfibrilleren en niet over beroerte als eindpunt.
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Atriumfibrilleren (de goedkeuringstekst van de Nederlandse registratie is niet beschikbaar) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Beroerte (stroke disorder) |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,44% |
| Bewijsniveau | L4 (indirect) |
| Marktstatus NL | Alleen doorgehaalde registraties |
| Aantal registraties | 1 (doorgehaald) |
| Aanbevolen beslissing | Hold (onderzoeksvraag; nog niet verder in huidige vorm) |
Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
Gegevens over het werkingsmechanisme van sotalol zijn in de voor dit rapport samengestelde data niet beschikbaar. Op basis van algemene kennis is sotalol een bètablokker die ook de repolarisatie verlengt (klasse III) en zo het hartritme stabiliseert.
De relatie met beroerte is indirect. Atriumfibrilleren is een belangrijke oorzaak van cardio-embolische beroerte. Ritmecontrole met sotalol zou de belasting door atriumfibrilleren kunnen verminderen en daarmee mogelijk het beroerterisico. De fase 3-studie (NCT00007605) onderzocht echter het behoud van sinusritme bij atriumfibrilleren, dus de oorspronkelijke indicatie, en toont geen preventie van beroerte aan. Bewijs dat ritmecontrolemedicatie beroerte vermindert is beperkt; antistolling blijft de standaard voor beroerte-preventie. Daarom is het niveau verlaagd naar L4.
Overige voorspellingen zijn zwak onderbouwd (alle zonder klinisch bewijs of literatuur):
- Sick sinus syndrome 2, autosomaal dominant (score 99,76%): sotalol kan sinusknoopdisfunctie en bradyaritmie juist verergeren; een veiligheidsrisico is aannemelijker dan een voordeel. Hold.
- Wildervanck-syndroom (99,65%) en macrocefalie met dysmorfe gelaatstrekken en psychomotore retardatie (99,42%): geen plausibel mechanisme. Hold.
- Sarcoglycanopathie (99,64%): aritmieën komen voor, maar er is geen aanwijzing dat sotalol de ziekte beïnvloedt. Hold.
- Manische bipolaire stoornis (99,43%): de twee gevonden artikelen gaan over interacties en bijwerkingen (QT-verlenging met antipsychotica), niet over werkzaamheid. Hold.
- Verouderde term “susceptibility to ischemic stroke” (99,23%): geen klinisch bruikbare indicatie; samenvoegen met de beroerte-vermelding.
Bewijs uit klinische studies
| Studienummer | Fase | Status | Inclusie | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| NCT00007605 | Fase 3 | Afgerond | 706 | CSP #399: amiodaron en sotalol vergeleken voor het behoud van sinusritme bij atriumfibrilleren. Indirect relevant via de route atriumfibrilleren-beroerte; beroerte was niet het primaire eindpunt. |
Bewijs uit de literatuur
Selectie van de 10 meest relevante publicaties (er is geen RCT; reviews en cohortstudies overheersen):
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 37485722 | 2023 | Cohortstudie | Circ Arrhythm Electrophysiol | Retrospectieve vergelijking van dronedaron en sotalol bij veteranen met atriumfibrilleren. |
| 38782070 | 2024 | Cohortstudie (retrospectief) | Int J Cardiol | Effect van antiaritmica op cardiovasculaire uitkomsten bij atriumfibrilleren en coronairlijden. |
| 28496906 | 2013 | Cohortstudie (retrospectief) | J Atr Fibrillation | Risico op cardiovasculaire gebeurtenissen en beroerte: dronedaron versus amiodaron en andere antiaritmica. |
| 37777295 | 2023 | Review | Am J Cardiol | Richtlijnaanbevelingen voor keuze van antiaritmica bij atriumfibrilleren. |
| 38011245 | 2023 | Review | Circulation | Behandeling van atriumfibrilleren bij hypertrofische cardiomyopathie; beroerterisico. |
| 25430048 | 2014 | Review | BMJ Clin Evid | Acuut atriumfibrilleren; verhoogd risico op beroerte en hartfalen. |
| 21718559 | 2011 | Review | BMJ Clin Evid | Acuut atriumfibrilleren; verhoogd risico op beroerte en hartfalen. |
| 9358515 | 1997 | Review | PACE | Complicaties van atriumfibrilleren; antistolling met warfarine vermindert het beroerterisico. |
| 29954667 | 2019 | Observationeel | Int J Cardiol | Werkzaamheid en bijwerkingen van sotalol bij volwassenen met aangeboren hartafwijkingen. |
| 1281807 | 1992 | Overzicht | Int J Cardiol | Werkzaamheid en veiligheid van sotalol bij complexe ventriculaire aritmieën. |
Geen van deze publicaties toont direct aan dat sotalol beroerte voorkomt.
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 117148 | Sotalol HCl Tiofarma 40 mg/4 ml, oplossing voor injectie (doorgehaald) | Niet vermeld | Niet vermeld |
Veiligheidsoverwegingen
- Contra-indicaties (uit de kennisgraaf, niet uit de bijsluitertekst): lang-QT-syndroom (ook familiair), torsades de pointes, astma (intrinsiek en allergisch), bronchiale aandoeningen, kaliumtekort, diabetes mellitus, diabetische ketoacidose, hypotensie, nierfunctiestoornis, atrioventriculair blok, sicksinussyndroom (ook familiair) en anafylaxie.
- Geneesmiddelinteracties: 328 interacties gevonden. Belangrijke (Major) interacties zijn onder meer epinefrine, claritromycine, picosulfaat en polyethyleenglycol (3350 met elektrolyten). Daarnaast veel matige interacties, onder andere met famotidine, loperamide, bupropion, morfine, atropine, cimetidine, canagliflozine en dapagliflozine.
- Proaritmisch risico: QT-verlenging en torsades de pointes, ook in combinatie met antipsychotica; nierfunctie vraagt om dosisaanpassing.
Raadpleeg voor waarschuwingen en contra-indicaties volgens de officiële tekst de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter van het CBG-MEB. Deze zijn niet in de samengestelde data opgenomen.
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Hold
Onderbouwing:
- Voor beroerte is er alleen indirect bewijs (een fase 3-studie naar ritmecontrole bij atriumfibrilleren), en antistolling blijft de standaard voor preventie. De overige zes voorspellingen hebben geen of alleen veiligheidsgerelateerd bewijs. De enige Nederlandse registratie is doorgehaald.
Om verder te gaan is nodig:
- Officiële veiligheidsinformatie (SmPC/bijsluiter) van het CBG-MEB, een blokkerend datagat voor de veiligheidsscreening
- Gegevens over het werkingsmechanisme (bijv. via DrugBank)
- Studies met beroerte als primair eindpunt, of een analyse van beroerte-uitkomsten uit bestaande ritmecontrolestudies
- Een beoordeling van het proaritmisch risico (QT, torsades) en de dosering bij nierfunctiestoornis
- Verduidelijking van de huidige marktstatus en beschikbare toedieningsvormen in Nederland
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.