Ropinirole

Bewijsniveau: L3 Voorspelde indicaties: 10

Inhoudsopgave

  1. Ropinirole
  2. Ropinirol: Van restlesslegssyndroom en de ziekte van Parkinson naar ADHD
    1. Samenvatting in één zin
    2. Snel overzicht
    3. Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
    4. Bewijs uit klinische studies
    5. Bewijs uit de literatuur
    6. Informatie over de Nederlandse markt
    7. Veiligheidsoverwegingen
    8. Conclusie en vervolgstappen
    9. Disclaimer

## Farmaceutisch beoordelingsrapport

Ropinirol: Van restlesslegssyndroom en de ziekte van Parkinson naar ADHD

Samenvatting in één zin

Ropinirol is een dopamine-agonist (D2/D3) die oorspronkelijk wordt gebruikt bij het restlesslegssyndroom en de ziekte van Parkinson. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD). Hiervoor zijn geen geregistreerde klinische studies gevonden, maar wel 8 publicaties, waaronder een gerandomiseerde, dubbelblinde studie uit 2026 en een casusbeschrijving.


Snel overzicht

Onderdeel Inhoud
Oorspronkelijke indicatie Restlesslegssyndroom en de ziekte van Parkinson (afkomstig uit de kennisgraaf; er is geen geregistreerde indicatietekst beschikbaar)
Voorspelde nieuwe indicatie Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD)
TxGNN-voorspellingsscore 99,99%
Evidentieniveau L3
Marktstatus in Nederland Alleen doorgehaald (geen geldige registratie)
Aantal registraties 1 (doorgehaald)
Aanbevolen beslissing Hold (onderzoeksvraag; verdere verificatie nodig)

Waarom is deze voorspelling aannemelijk?

Er zijn voor dit rapport geen gedetailleerde gegevens over het werkingsmechanisme beschikbaar. Ropinirol is echter bekend als agonist van de dopamine D2- en D3-receptoren. ADHD gaat gepaard met een ontregeling van het dopaminesysteem.

ADHD en restlesslegssyndroom (een oorspronkelijke indicatie van ropinirol) komen vaak samen voor. Dit wijst op een gedeelde dopaminerge route en een mogelijke rol van de ijzerstofwisseling. Een casusbeschrijving uit 2005 meldt een 6-jarige jongen bij wie ropinirol zowel de ADHD-symptomen als de slaapproblemen aanzienlijk verbeterde. Een publicatie uit 2026 onderzocht ropinirol als aanvulling op methylfenidaat versus placebo bij kinderen met ADHD. De details van de resultaten konden op basis van de beschikbare gegevens niet worden geverifieerd.

Er zijn wel aandachtspunten: bij kinderen moeten impulsbeheersingsstoornissen, slaperigheid en augmentatie zorgvuldig worden beoordeeld.


Bewijs uit klinische studies

Er zijn momenteel geen gerelateerde klinische studies geregistreerd.


Bewijs uit de literatuur

PMID Jaar Type Tijdschrift Belangrijkste bevindingen
42640474 2026 RCT (afgeleid uit titel) Eur Child Adolesc Psychiatry Ropinirol als aanvulling op methylfenidaat versus placebo bij 66 patiënten van 6-17 jaar met ADHD, 8 weken, dubbelblind; resultaten niet verifieerbaar uit de beschikbare gegevens
16218085 2005 Review Sleep Overzicht van het verband tussen restlesslegssyndroom en ADHD en mogelijke gezamenlijke behandeling
18656214 2008 Review Revue Neurologique Overzicht van het restlesslegssyndroom
15866437 2005 Casusbeschrijving Pediatric Neurology Kind met ADHD en restlesslegssyndroom: duidelijke verbetering van ADHD-symptomen en slaap met ropinirol
34182128 2021 Preklinisch Pharmacol Res Heteromerisatie van de α2A-adrenoceptor en dopamine D4-receptorvarianten; relevant voor ADHD en impulsbeheersing
24992083 2014 Klinische studie (indirect) Clin Neuropharmacol Piribedil versus pramipexol en ropinirol bij Parkinson met overmatige slaperigheid overdag; ander geneesmiddel, dus indirect
30950895 2019 Bijwerkingenrapport Cornea Hoornvliesoedeem bij dopaminerge middelen; niet relevant voor werkzaamheid
17483695 2007 Diermodel J Neuropathol Exp Neurol Diermodel voor restlesslegssyndroom (A11-laesie en ijzertekort)

Informatie over de Nederlandse markt

RVG-nummer Productnaam Toedieningsvorm Goedgekeurde indicatie
RVG 119000 Ropinirol Retard Mylan 8 mg, tabletten met verlengde afgifte Niet beschikbaar Niet beschikbaar (registratie doorgehaald)

Veiligheidsoverwegingen

De gegevens uit de bijsluiter van het CBG-MEB zijn niet beschikbaar. Raadpleeg de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) voor veiligheidsinformatie.

  • Mogelijke contra-indicaties (uit de kennisgraaf, geen bijsluitertekst): multipele systeematrofie, posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom, orthostatische hypotensie, door geneesmiddelen veroorzaakte dyskinesie, leverfalen, psychotische stoornis, schizofreniforme stoornis, psychische stoornis, schizoaffectieve stoornis en hypotensieve aandoening.
  • Geneesmiddelinteracties: er zijn 207 interacties gevonden. Matig ernstige interacties zijn onder meer met morfine (ook liposomaal), cimetidine, dronabinol, obeticholzuur, metoclopramide, nabilon en opium.
  • Bijkomende signalen uit de literatuur: risico op gokstoornis en andere impulsbeheersingsproblemen bij dopamine-agonisten, evenals slaperigheid.

Conclusie en vervolgstappen

Beslissing: Hold

Onderbouwing:

  • Het bewijs voor ADHD is beperkt tot een casusbeschrijving, reviews en een recente RCT waarvan de resultaten nog niet zijn geverifieerd. Er zijn geen geregistreerde klinische studies. Er is momenteel geen geldige Nederlandse registratie en de veiligheidsgegevens uit de bijsluiter ontbreken, waardoor de eerste veiligheidsscreening nog niet kan worden afgerond.

Om verder te gaan is nodig:

  • Volledige beoordeling van de 2026-RCT (resultaten, bijwerkingen, effectgrootte).
  • Gegevens over het werkingsmechanisme van ropinirol.
  • Veiligheidsgegevens uit de SmPC/bijsluiter via het CBG-MEB.
  • Beoordeling van de veiligheid bij kinderen (impulsbeheersing, slaperigheid, augmentatie).
  • Bepalen van een regulatoire route, omdat er momenteel geen geldige registratie in Nederland is.

Overige voorspelde indicaties (kort): schizofrenie (L4, Hold): indirect en voornamelijk preklinisch bewijs, met een theoretisch risico op verergering van psychotische symptomen. De overige voorspellingen (o.a. faciodigitogenitaal syndroom, perisylvische polymicrogyrie, retinadystrofie, X-gebonden myopie, congenitale glycosylatiestoornis, atypische glycine-encefalopathie en Charcot-Marie-Tooth type 1G) berusten alleen op de modelscore (L5, Hold) zonder aanwijsbaar mechanisme of onderzoek.

Disclaimer

Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.



Copyright © 2026 藥提醒科技有限公司 (yao.care). For research purposes only. Not medical advice.

This site uses Just the Docs, a documentation theme for Jekyll.