Rifampicin

Bewijsniveau: L4 Voorspelde indicaties: 10

Inhoudsopgave

  1. Rifampicin
  2. Rifampicine: Van pulmonale tuberculose naar conjunctivitis
    1. Samenvatting in één zin
    2. Snel overzicht
    3. Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
    4. Bewijs uit klinische studies
    5. Bewijs uit de literatuur
    6. Informatie over de Nederlandse markt
    7. Veiligheidsaspecten
    8. Conclusie en vervolgstappen
    9. Disclaimer

## Farmaceutisch beoordelingsrapport

Rifampicine: Van pulmonale tuberculose naar conjunctivitis

Samenvatting in één zin

Rifampicine is een antibioticum dat oorspronkelijk wordt gebruikt voor de behandeling van pulmonale tuberculose. Het TxGNN-model voorspelt dat het werkzaam kan zijn bij conjunctivitis (oogontsteking). Hiervoor zijn geen geregistreerde klinische studies en 19 publicaties gevonden. Die publicaties zijn vooral oud of indirect (gevoeligheidsstudies, casuïstiek en een trachoomstudie uit 1975).


Snel overzicht

Item Inhoud
Oorspronkelijke indicatie Pulmonale tuberculose (afkomstig uit de TxGNN-kennisgraaf; de vergunningsgegevens bevatten geen indicatietekst)
Voorspelde nieuwe indicatie Conjunctivitis
TxGNN-voorspellingsscore 99,95%
Bewijsniveau L4
Marktstatus in Nederland Alleen ingetrokken vergunning
Aantal vergunningen 1 (ingetrokken)
Aanbevolen besluit Hold

Waarom is deze voorspelling aannemelijk?

Rifampicine remt het bacteriële DNA-afhankelijke RNA-polymerase en werkt zo tegen een breed spectrum van bacteriën. De voor dit rapport verzamelde gegevens bevatten geen uitgebreide beschrijving van het werkingsmechanisme. Op basis van algemene farmacologische kennis is de werking van rifampicine bij tuberculose bewezen. Het middel is ook actief tegen Staphylococcus aureus en Chlamydia trachomatis, twee verwekkers die bij bacteriële en chlamydiale conjunctivitis een rol spelen.

Tuberculose en bacteriële oogontstekingen zijn beide infecties. Daardoor is het biologisch plausibel dat een antibioticum met deze werking ook bij bepaalde vormen van conjunctivitis effect heeft. De literatuur bevat een oudere studie met een rifampicinezalf bij trachoom (een chlamydia-oogaandoening) en enkele gevoeligheidsstudies van oogverwekkers.

Er is echter geen modern, gecontroleerd bewijs. Er zijn bovendien veel beter gevestigde oogantibiotica beschikbaar, dus de meerwaarde van rifampicine is onduidelijk. Gebruik van rifampicine buiten tuberculose roept ook zorgen op over antimicrobiële resistentie.


Bewijs uit klinische studies

Momenteel zijn er geen gerelateerde klinische studies geregistreerd.


Bewijs uit de literatuur

Er zijn 19 publicaties gevonden. Hieronder staan de meest relevante. Alleen de studie uit 1975 is een gecontroleerde klinische studie. De overige zijn microbiologische studies, casuïstiek of overzichten.

PMID Jaar Type Tijdschrift Belangrijkste bevindingen
1096630 1975 Gecontroleerde klinische studie American Journal of Ophthalmology Trachoom bij Tunesische schoolkinderen: 1% tetracyclinezalf (79 patiënten) of 1% rifampicinezalf (76 patiënten) vergeleken met 5% boorzuurzalf (79 patiënten), twee keer per dag gedurende 10 weken
322700 1977 Open studie British Journal of Ophthalmology 63 patiënten met chlamydia-oogontsteking: rifampicine 1% oogzalf versus chlooramfenicol. Drie weken was onvoldoende voor genezing; een kuur van 6 tot 7 weken gaf ongeveer 90% klinische en microbiologische genezing
33457332 2020 Microbiologische gevoeligheidsstudie Advanced Biomedical Research Bacteriële oorzaken en antibioticagevoeligheid bij patiënten met conjunctivitis in Kashan, Iran
30347565 2018 Microbiologische typerings- en gevoeligheidsstudie Chinese Journal of Ophthalmology Genetische typering en gevoeligheid van 34 S. aureus-stammen uit keratitis of conjunctivitis
21191558 2010 Microbiologische gevoeligheidsstudie Rev Esp Quimioter Antibioticagevoeligheid van Corynebacterium macginleyi, een verwekker van conjunctivitis
8363150 1993 Microbiologische studie Anales Españoles de Pediatría 50 monsters van neonatale conjunctivitis: 84% had een positieve bacteriekweek; hoge gevoeligheid voor de meeste geteste middelen
3191080 1988 Casuïstiek British Journal of Ophthalmology Vier patiënten met chlamydia-oogontsteking en randvormige hoornvliesabcessen
6723550 1984 Overzichtsartikel Drugs Epidemiologie en behandeling van Chlamydia trachomatis-infecties, waaronder oogontsteking
5005929 1971 Niet geclassificeerd Annals of Ophthalmology Artikel over rifampicine in de oogheelkunde (geen samenvatting beschikbaar; alleen titel beoordeeld)
1247775 1976 Brief/rapportage British Medical Journal Oogtoxiciteit door rifampicine (geen samenvatting beschikbaar; alleen titel beoordeeld)

Informatie over de Nederlandse markt

RVG-nummer Productnaam Toedieningsvorm Goedgekeurde indicatie
RVG 119683//15460 Rifinah 300 mg/150 mg, filmomhulde tabletten Niet beschikbaar Niet beschikbaar (vergunning ingetrokken)

Dit is de enige vergunning in Nederland en die is ingetrokken. Er is dus momenteel geen geldige handelsvergunning voor deze vergunninghouder. Er is ook geen oogzalf of oogdruppel met rifampicine geregistreerd.


Veiligheidsaspecten

Voor dit rapport is geen bijsluiter- of SmPC-tekst van het CBG-MEB beschikbaar. Raadpleeg de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter voor de officiële veiligheidsinformatie.

Mogelijke contra-indicaties volgens de kennisgraaf (niet afkomstig uit de bijsluitertekst): Leverfalen en leverziekte, acute leverinsufficiëntie, hepatitis, porfyrie, galblaasaandoeningen, trombocytopenie, neutropenie, agranulocytose, pancytopenie, aplastische anemie, (macrocytaire) anemie, diabetes mellitus en diabetische ketoacidose, jicht, perifere neuropathie, middelenmisbruik/-afhankelijkheid, trage acetylering, angst- en neurotische stoornissen, dysthymie en niet-infectieuze meningitis.

Geneesmiddelinteracties: Er zijn 284 interacties bekend. Voorbeelden van interacties met niveau “matig” zijn:

  • Omeprazol en rabeprazol
  • Doxycycline en claritromycine
  • Metformine, pioglitazon, canagliflozine en chloorpropamide
  • Corticosteroïden (hydrocortison, dexamethason, betamethason, triamcinolon)
  • Bupropion
  • Morfine
  • Metronidazol
  • Aprepitant
  • Vitamine D-verbindingen (cholecalciferol, calcifediol, calcitriol)

Rifampicine is een sterke enzyminductor. Daardoor kan het de bloedspiegels van veel andere geneesmiddelen verlagen. Uit de literatuur komt ook een melding van oogtoxiciteit door rifampicine naar voren.


Conclusie en vervolgstappen

Besluit: Hold

Onderbouwing:

  • De voorspelling heeft een zeer hoge modelscore, maar het bewijs blijft beperkt tot oude, indirecte of microbiologische gegevens (L4). Er zijn geen geregistreerde klinische studies.
  • Er zijn veel beter gevestigde lokale antibiotica voor conjunctivitis. Daarnaast is er een risico op resistentieontwikkeling bij gebruik buiten tuberculose, en er is momenteel geen geldige Nederlandse vergunning of oogformulering.

Om verder te gaan is het volgende nodig:

  • De officiële SmPC en bijsluiter van het CBG-MEB analyseren voor waarschuwingen en contra-indicaties
  • Gegevens over het werkingsmechanisme verder aanvullen
  • Moderne, gecontroleerde klinische gegevens voor lokale rifampicine bij bacteriële of chlamydiale conjunctivitis, inclusief vergelijking met de huidige standaardbehandeling
  • Een beoordeling van de meerwaarde ten opzichte van bestaande oogantibiotica en van het resistentierisico, met name voor de tuberculosebehandeling
  • Een beoordeling van de haalbaarheid van een lokale toedieningsvorm (oogzalf of oogdruppels), gezien de huidige marktstatus

    Disclaimer

Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.



Copyright © 2026 藥提醒科技有限公司 (yao.care). For research purposes only. Not medical advice.

This site uses Just the Docs, a documentation theme for Jekyll.