Primidone
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 10 |
Inhoudsopgave
Primidon: Van epilepsie naar trigeminuszenuwneoplasma
Samenvatting in één zin
Primidon is een anti-epilepticum dat oorspronkelijk wordt gebruikt bij epilepsie (onder meer gegeneraliseerde tonisch-klonische aanvallen, partiële epilepsie en het Lennox-Gastaut-syndroom). Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij trigeminuszenuwneoplasma, maar hiervoor zijn geen klinische studies en geen publicaties gevonden. Het bewijs berust uitsluitend op een modelvoorspelling (niveau L5).
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Epilepsie (het geregistreerde indicatietekst ontbreekt in de beschikbare gegevens; afgeleid uit de kennisgraaf) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Trigeminuszenuwneoplasma |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,99% |
| Bewijsniveau | L5 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen ingetrokken registraties |
| Aantal registraties | 1 (ingetrokken) |
| Aanbevolen beslissing | Hold (aanhouden) |
Waarom is deze voorspelling (on)aannemelijk?
Er zijn in de voor dit rapport samengestelde gegevens geen details over het werkingsmechanisme van primidon beschikbaar. Op basis van algemene kennis is primidon een anti-epilepticum waarvan het effect bij epilepsie is vastgesteld; het wordt deels omgezet in fenobarbital en fenylethylmalonamide (PEMA). Er is geen bekend antitumormechanisme.
Een verband met een neoplasma van de trigeminuszenuw is daarom speculatief. Hooguit zou symptomatische behandeling van neuropathische pijn of aanvallen denkbaar zijn, maar ook dat is niet onderbouwd. De hoge modelscore is een voorspelling op basis van een kennisgraaf en vormt geen klinisch bewijs.
Andere voorspelde indicaties. Voor de overige voorspellingen in de gegevens geldt het volgende:
- Reflexepilepsieën (denkaanvallen, orgasme-geïnduceerde aanvallen, startle-epilepsie, eetaanvallen, mictie-geïnduceerde aanvallen, audiogene aanvallen, leesaanvallen) vallen binnen de bestaande epilepsie-indicatie. Het zijn dus geen echte herpositioneringsbevindingen; het bewijs is indirect en bestaat uit casuïstiek, algemene overzichtsartikelen en dierstudies.
- Trigeminusneuralgie (score 99,98%, bewijsniveau L4) is klinisch het meest plausibele alternatief, omdat natriumkanaalmodulerende anti-epileptica (met name carbamazepine) hiervoor zijn ingezet. Er is echter geen directe studie met primidon gevonden.
- Beta-ketothiolasedeficiëntie heeft geen bewijs en geen mechanistisch verband.
Klinisch trialbewijs
Er zijn momenteel geen gerelateerde klinische studies geregistreerd.
Literatuurbewijs
Er is momenteel geen gerelateerde literatuur beschikbaar.
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 114828//00379 | Mysoline, tabletten 250 mg | Tablet (volgens productnaam) | Niet beschikbaar |
Deze registratie is ingetrokken; er is momenteel geen geldige registratie van primidon in Nederland (CBG-MEB).
Veiligheidsoverwegingen
De SmPC-waarschuwingen en contra-indicaties van het CBG-MEB zijn niet in de gegevens opgenomen. Raadpleeg daarvoor de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter.
Contra-indicaties/risicoaandoeningen uit de kennisgraaf (geen productteksten, maar graafrelaties):
- Porfyrie (inclusief erfelijke porfyrie en porfyrinemetabolismestoornissen)
- Nier- en leveraandoeningen, galblaasaandoeningen
- Bloedafwijkingen: trombocytopenie, neutropenie, agranulocytose, leukopenie, pancytopenie, anemie (waaronder macrocytaire anemie) en congenitale neutropenieën
- Middelenmisbruik/-afhankelijkheid
- Slaapapneusyndroom en congenitaal centraal hypoventilatiesyndroom
- Angststoornis, neurotische stoornis en dysthyme stoornis
Geneesmiddelinteracties: in totaal zijn 309 interacties gevonden. Voorbeelden van ernstige (major) interacties zijn morfine en eliglustat. Voorbeelden van matige interacties zijn doxycycline, hydrocortison, dexamethason, betamethason, triamcinolon, bupropion, aprepitant, metronidazol, pioglitazon, canagliflozine, saxagliptine, dronabinol, difenoxine, difenoxylaat en vitamine D-verbindingen. Cimetidine geeft een lichte (minor) interactie. Primidon is bovendien een enzyminductor en wordt deels omgezet in fenobarbital.
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Hold (aanhouden)
Onderbouwing:
- Voor trigeminuszenuwneoplasma ontbreken zowel klinisch als literatuurbewijs en is er geen aannemelijk antitumormechanisme. De voorspelling is uitsluitend modelgebaseerd (L5). Daarnaast is er in Nederland geen geldige registratie en is de veiligheidsinformatie uit de productteksten onvolledig.
Om verder te gaan is nodig:
- De actuele SmPC en bijsluiter van primidon ophalen voor waarschuwingen en contra-indicaties (blokkerende gegevenslacune).
- Gegevens over het werkingsmechanisme aanvullen (bijvoorbeeld uit DrugBank).
- Een gerichte literatuurstudie naar primidon bij trigeminusneuralgie als realistischer onderzoeksvraag, inclusief vergelijking met carbamazepine en beoordeling van de interactielast.
- Beoordeling van de regelgevende status, aangezien alle Nederlandse registraties zijn ingetrokken.
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.