Prilocaine
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 10 |
Inhoudsopgave
Prilocaïne: Van voortijdige ejaculatie naar neuralgie
Samenvatting in één zin
Prilocaïne is een lokaal anestheticum (natriumkanaalblokker). Volgens de kennisgraaf waarop het model is gebaseerd werd het oorspronkelijk gekoppeld aan voortijdige ejaculatie en psychologische dyspareunie. Het TxGNN-model voorspelt meerdere nieuwe indicaties; de best onderbouwde is neuralgie (met name postherpetische neuralgie), met 2 geregistreerde klinische studies en 14 publicaties, vooral over de lidocaïne/prilocaïne-combinatiecrème (EMLA). Het bewijs is beperkt en bestaat uit kleine of oudere studies.
Opmerking: de eerstgerangschikte voorspelling van het model is papillaire conjunctivitis (score 99,78%, zonder enig bewijs). Dit rapport richt zich op neuralgie, de voorspelde indicatie met het sterkste bewijs. Andere voorspellingen worden kort samengevat in de conclusie.
Snel overzicht
| Onderdeel | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Voortijdige ejaculatie; psychologische dyspareunie (volgens de kennisgraaf; er is geen geregistreerde indicatietekst uit de Nederlandse vergunningen beschikbaar) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Neuralgie (postherpetische neuralgie) |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,34% |
| Bewijsniveau | L2 (beperkt: één kleine, open-label fase 2-studie; geen bevestigende RCT’s) |
| Marktstatus in Nederland | Alleen doorgehaald (vergunningen ingetrokken) |
| Aantal vergunningen | 3 (alle doorgehaald) |
| Aanbevolen beslissing | Proceed with Guardrails (onderzoeksvraag) |
Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
Gegevens over het werkingsmechanisme zijn voor dit rapport niet beschikbaar. Op basis van algemene kennis blokkeert prilocaïne, als lokaal anestheticum van het amidetype, spanningsafhankelijke natriumkanalen in perifere nociceptoren. Daardoor wordt de geleiding van pijnsignalen onderdrukt.
Dit mechanisme sluit goed aan bij neuropathische pijn. De oorspronkelijke indicaties (voortijdige ejaculatie, dyspareunie) hangen samen met lokale gevoeligheid; plaatselijke verdoving van gevoelszenuwen is daar het gemeenschappelijke principe. Oudere rapporten beschrijven EMLA (lidocaïne 2,5% + prilocaïne 2,5%) bij therapieresistente postherpetische neuralgie, inclusief farmacokinetische gegevens.
Belangrijke kanttekening: vrijwel al het bewijs betreft de combinatie met lidocaïne. De bijdrage van prilocaïne zelf is daardoor moeilijk te isoleren.
Bewijs uit klinische studies
| Studienummer | Fase | Status | Inschrijving | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| NCT00916942 | Fase 2 | Afgerond | 20 | Open-label studie naar lidocaïne 2,5%/prilocaïne 2,5%-crème als voorbehandeling vóór de capsaïcinepleister NGX-4010 bij postherpetische neuralgie; gericht op verdraagbaarheid, klein en ongecontroleerd |
| NCT06899438 | N.v.t. | Afgerond | 38 | Vergelijking van botulinetoxine A en prilocaïne-injecties bij myofasciaal pijnsyndroom; beperkte relevantie voor neuralgie |
Bewijs uit de literatuur
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 2616182 | 1989 | Klinische studie | Pain | EMLA 5% bij 12 patiënten met refractaire PHN: pijnscores significant verbeterd na 6 uur |
| 2493878 | 1989 | Klinische studie | BMJ | Lidocaïne-prilocaïnecrème bij postherpetische neuralgie (geen samenvatting beschikbaar) |
| 22182397 | 2011 | Klinische studie | BMC Anesthesiology | Verdraagbaarheid van de capsaïcine 8%-pleister na voorbehandeling met lidocaïne/prilocaïnecrème bij PHN |
| 41777672 | 2026 | Retrospectief cohort | Frontiers in Aging Neuroscience | EMLA alleen versus paravertebraal blok plus EMLA om de pleistertoepassing bij thoracale PHN draaglijker te maken |
| 8695081 | 1996 | Casusbeschrijving | Journal of Clinical Anesthesia | Succesvolle behandeling van therapieresistente PHN met EMLA |
| 1430539 | 1992 | Review | J Dermatol Surg Oncol | Overzicht van EMLA als lokaal anestheticum, o.a. gebruik bij PHN |
| 23314014 | 2013 | Review | Curr Opin Support Palliat Care | Aanpak van aanhoudende wondgerelateerde pijn |
| 10342425 | 1999 | Klinische studie | Pain | EMLA-voorbehandeling verminderde de door 1% capsaïcine veroorzaakte pijn niet (9 gezonde proefpersonen) |
| 12378018 | 2002 | Cohort | J Korean Med Sci | Prognostische factoren voor PHN |
| 26857302 | 2016 | Casuïstiek | Ugeskrift for Laeger | Pijnverlichting bij PHN met capsaïcinepleister (niet over prilocaïne zelf) |
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 112995 | Prilotekal, 20 mg/ml oplossing voor injectie | Niet beschikbaar | Niet beschikbaar (doorgehaald) |
| RVG 115128 | Lidocaïne/Prilocaïne Teva 25 + 25 mg/g crème | Niet beschikbaar | Niet beschikbaar (doorgehaald) |
| RVG 115964//11015 | Emla, hydrofiele creme 5% | Niet beschikbaar | Niet beschikbaar (doorgehaald) |
Alle drie de vergunningen bij het CBG-MEB zijn doorgehaald; er is momenteel geen geldig geregistreerd product met prilocaïne als enkelvoudig middel in de gegevens van dit rapport.
Veiligheidsoverwegingen
Voor dit rapport zijn geen waarschuwingen of contra-indicaties uit de officiële productinformatie beschikbaar. Raadpleeg de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) voor volledige veiligheidsinformatie.
Aanvullende signalen uit de compilatie van dit rapport:
- Contra-indicaties volgens de kennisgraaf (geen productteksten): onder meer hypertensie, epilepsie, nier- en leverziekte, diabetes mellitus, coronaire hartziekte en hartinfarct, hartgeleidingsstoornissen (waaronder atrioventriculair blok), ademhalingsfalen, hoekafsluitingsglaucoom, myasthenia gravis, butyrylcholinesterasedeficiëntie, hemoglobinopathie, hyperthyreoïdie en andere hart- en vaatziekten.
- Geneesmiddelinteracties: 25 interacties gevonden, waarvan de meeste van ernstig niveau (“Major”). Belangrijkste groepen:
- Methemoglobine-inducerende middelen: dapson, sulfasalazine, rasburicase, amylnitriet, nitriet/stikstofmonoxide en antimalariamiddelen (chloroquine, primaquine, kinine, tafenoquine).
- Andere lokale anesthetica: lidocaïne en benzocaïne (topisch).
- Metoclopramide (ernstig); morfine (liposomaal) en hyaluronidase hebben een lager niveau (matig, respectievelijk gering).
- Methemoglobinemie en systemische absorptie: casusbeschrijvingen laten zien dat EMLA bij een verstoorde huidbarrière (bijv. atopisch eczeem) tot meer systemische opname kan leiden, met methemoglobinemie en convulsies bij een kind. Ook zijn contactallergie en purpura gemeld.
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Proceed with Guardrails (alleen als onderzoeksvraag, niet voor klinische toepassing)
Onderbouwing:
- Neuralgie is de enige voorspelde indicatie met een plausibel mechanisme en directe, zij het beperkte, klinische aanwijzingen (kleine fase 2-studie en oudere kleine studies met EMLA). Er zijn geen bevestigende RCT’s en de combinatie met lidocaïne verhindert een zuivere beoordeling van prilocaïne.
Overige voorspellingen: voor papillaire conjunctivitis, manische bipolaire stoornis, bronchitis, migraine met hersenstamaura en rosaceaconjunctivitis is geen bewijs gevonden (L5, Hold). Voor migraine (L4), atopisch eczeem, allergisch astma en rinitis (L4) is het gevonden bewijs indirect of betreft het veiligheid; er is geen therapeutisch signaal (Hold). Bij atopisch eczeem pleit het bewijs juist tegen toepassing.
Om verder te gaan is nodig:
- Productinformatie van het CBG-MEB (SmPC, bijsluiter) voor waarschuwingen en contra-indicaties; dit is momenteel een blokkerende lacune.
- Gegevens over het werkingsmechanisme (bijv. uit DrugBank).
- Gerandomiseerde, gecontroleerde studies bij postherpetische neuralgie, bij voorkeur met een opzet die de bijdrage van prilocaïne scheidt van lidocaïne.
- Beoordeling van de toedieningsroute (niet vastgesteld) en van een veiligheidsplan voor methemoglobinemie en interacties.
- Aangezien alle Nederlandse vergunningen zijn doorgehaald: een regulatoire analyse van de haalbaarheid van (her)registratie bij het CBG-MEB of de EMA.
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.