Nitroglycerin
| Bewijsniveau: L3 | Voorspelde indicaties: 5 |
Inhoudsopgave
Nitroglycerine: Van de oorspronkelijke indicatie naar pulmonale hypertensie
Samenvatting in één zin
Nitroglycerine is een stikstofmonoxide (NO)-donor die klassiek wordt gebruikt als vaatverwijder. Voor de oorspronkelijke geregistreerde indicatie in Nederland zijn in de samengestelde gegevens geen indicatietekst beschikbaar. Het TxGNN-model voorspelt dat het werkzaam kan zijn bij pulmonale hypertensie, met 3 klinische studies (waarvan 2 direct relevant) en 20 publicaties als ondersteuning voor deze richting.
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Niet beschikbaar in de gegevens van de Nederlandse vergunning (CBG-MEB) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Pulmonale hypertensie |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,61% |
| Bewijsniveau | L3 |
| Status op de Nederlandse markt | Alleen doorgehaald (vergunning ingetrokken) |
| Aantal vergunningen | 1 (0 geldig, 1 doorgehaald) |
| Aanbevolen beslissing | Hold |
Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
Nitroglycerine is een NO-donor. NO activeert oplosbaar guanylaatcyclase, waardoor het cGMP-gehalte stijgt en gladde spiercellen in de vaatwand ontspannen. Dit verlaagt de pulmonale vaatweerstand. Bij toediening via verneveling of inhalatie kan de werking relatief selectief op de longvaten gericht zijn, met minder systemische bloeddrukdaling. Gedetailleerde gegevens over het werkingsmechanisme uit DrugBank ontbreken momenteel; bovenstaande uitleg is gebaseerd op algemeen bekende farmacologie.
Het verband met de bekende toepassing is plausibel: het vaatverwijdende effect dat bij het klassieke gebruik van nitraten wordt benut, is mechanistisch ook relevant voor de longcirculatie. De klinische signalen zijn consistent met dit mechanisme. Het beschikbare bewijs bestaat echter vooral uit kleine studies naar acute hemodynamische effecten of vasoreactiviteit en laat geen langetermijnuitkomsten zien.
Bewijs uit klinische studies
| Studienummer | Fase | Status | Inclusie | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| NCT07214129 | Niet van toepassing | Afgerond | 20 | Veiligheid en werkzaamheid van vernevelde nitroglycerine als vasoreactieve stof bij pulmonale arteriële hypertensie; klein, ontwerp niet vermeld |
| NCT04594629 | Fase 1 | Onbekend | 120 | Vernevelde prostacycline (PGI2) versus vernevelde nitroglycerine bij pulmonale hypertensie na hartklepvervanging; gerandomiseerd |
| NCT07603037 | Niet van toepassing | Nog niet gestart met werven | 12 | Effect van nicardipine en nitroglycerine op de ventilatie-perfusieverhouding bij acuut ademhalingsfalen; slechts indirect gerelateerd, geen resultaten |
Literatuurbewijs
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 40888971 | 2025 | RCT | European Journal of Pediatrics | Vernevelde nitroglycerine als aanvullende behandeling bij persisterende pulmonale hypertensie van de pasgeborene (80 neonaten) |
| 29880427 | 2018 | RCT | J Cardiothorac Vasc Anesth | Dobutamine plus nitroglycerine versus milrinon bij perioperatieve pulmonale hypertensie bij mitralisklepchirurgie |
| 34082850 | 2021 | Klinische studie/overzicht | Cardiology in the Young | Geïnhaleerde nitroglycerine bij acute pulmonale arteriële hypertensie bij kinderen met een aangeboren hartafwijking |
| 16707530 | 2006 | Klinische studie | British Journal of Anaesthesia | Acute hemodynamische effecten van geïnhaleerde nitroglycerine bij kinderen met pulmonale arteriële hypertensie en een aangeboren hartafwijking |
| 6407380 | 1983 | Hemodynamische studie | Annals of Internal Medicine | Bij 9 patiënten daalden de pulmonale vaatweerstand en de gemiddelde longslagaderdruk en nam de hartindex toe |
| 6423015 | 1984 | Hemodynamische studie | Bull Eur Physiopathol Respir | Bij COPD-patiënten (n=27) verlaagde alleen nitroglycerine de pulmonale vaatweerstand |
| 3096761 | 1986 | Klinische studie | Eur J Respir Dis Suppl | Transdermale nitroglycerine verlaagde de druk in de longslagader, ook na 4 weken continue therapie |
| 8908227 | 1996 | Klinische studie | Acta Anaesthesiol Scand | Vasculaire longeffecten van nitroglycerine en isosorbidedinitraat bij eindstadium-cardiomyopathie |
| 39059783 | 2024 | Overzicht | Current Problems in Cardiology | Vooruitgang in vernevelde inhalatietherapie voor pulmonale arteriële hypertensie |
| 42572609 | 2026 | Overzicht | JHLT Open | Geïnhaleerde pulmonale vaatverwijders perioperatief; nitroglycerine is niet longselectief bij systemische toediening |
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 119350//15864 | Minitran 5 mg/24 uur, pleister met gereguleerde afgifte (doorgehaald) | Pleister | Niet vermeld in de beschikbare gegevens |
Veiligheidsoverwegingen
- Contra-indicaties uit de kennisgraaf (afgeleid uit relaties in de TxGNN-kennisgraaf PrimeKG, niet uit de officiële productinformatie): hypotensie, hypertrofische cardiomyopathie, methemoglobinemie, sulfhemoglobinemie, anemie (waaronder macrocytaire anemie), intracerebrale bloeding, constrictieve pericarditis, restrictieve cardiomyopathie en harttamponade.
- Geneesmiddelinteracties: 282 interacties gevonden. Voorbeelden van matige interacties: bupropion, morfine, canagliflozine, dapagliflozine, empagliflozine, dronabinol, nabilon, sapropterine en rosiglitazon. Voorbeelden van geringe interacties: acetylsalicylzuur, atropine, hyoscyamine, glycopyrronium, omeprazol en scopolamine.
- Bij systemische toediening bestaat het risico op hypotensie. Dit is relevant omdat een selectieve longwerking niet gegarandeerd is.
Raadpleeg voor de officiële waarschuwingen en contra-indicaties de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter.
Overige voorspelde indicaties (ter volledigheid)
| Voorspelde indicatie | TxGNN-score | Bewijsniveau | Aanbeveling |
|---|---|---|---|
| Kyfoscoliotische hartziekte | 99,42% | L5 | Hold (alleen voorspelling, geen studies) |
| Prinzmetal-angina | 99,39% | L4 | Onderzoeksvraag (waarschijnlijk al standaardpraktijk; geen nitroglycerine-specifieke trialgegevens) |
| Primair erfelijk glaucoom | 99,16% | L5 | Hold (alleen voorspelling) |
| Congenitale hypotrichosis met milia | 99,02% | L5 | Hold (waarschijnlijk artefact van de graaf) |
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Hold
Onderbouwing:
- Het mechanisme is plausibel en er zijn consistente signalen uit kleine, vooral acute hemodynamische studies en enkele gerandomiseerde studies (o.a. bij neonaten). Er zijn echter geen afgeronde fase 2/3-RCT’s en geen langetermijnuitkomsten.
- De enige Nederlandse vergunning is doorgehaald en de officiële veiligheidsinformatie ontbreekt; dit blokkeert de veiligheidsscreening.
Om verder te gaan is nodig:
- De SmPC/bijsluiter van het CBG-MEB ophalen en verwerken (waarschuwingen en contra-indicaties).
- Gegevens over het werkingsmechanisme aanvullen via DrugBank.
- Beoordelen of een geschikte toedieningsroute (verneveling/inhalatie) in Nederland beschikbaar is; de routecompatibiliteit is nog niet vastgesteld.
- Gecontroleerde studies met klinische eindpunten op langere termijn, en een veiligheidsplan voor hypotensie en de genoemde interacties.
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.