Moxifloxacin
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 10 |
Inhoudsopgave
Moxifloxacine: van bacteriële infecties naar polyclonaal hyperviscositeitssyndroom
Samenvatting in het kort
Moxifloxacine is een fluorochinolon-antibioticum dat oorspronkelijk wordt gebruikt tegen bacteriële infecties, zoals pneumonie, peritonitis, conjunctivitis en pest. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij polyclonaal hyperviscositeitssyndroom. Voor deze voorspelling zijn 0 klinische studies en 0 publicaties gevonden. Het is dus een zuivere modelvoorspelling zonder ondersteunend bewijs.
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Bacteriële infecties (o.a. pneumonie, peritonitis, conjunctivitis, pest) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Polyclonaal hyperviscositeitssyndroom |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,98% |
| Bewijsniveau | L5 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen doorgehaalde (geschrapte) registratie |
| Aantal vergunningen | 1 (doorgehaald) |
| Aanbevolen besluit | Hold |
Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
Er is op dit moment geen gedetailleerde informatie over het werkingsmechanisme beschikbaar in de voor dit rapport samengestelde gegevens. Moxifloxacine is bekend als antibacterieel fluorochinolon dat het bacteriële DNA-gyrase en topoisomerase IV remt. Dit mechanisme verklaart de werkzaamheid bij bacteriële infecties.
Polyclonaal hyperviscositeitssyndroom is een hematologische aandoening die door eiwitten wordt veroorzaakt: de bloedviscositeit stijgt door een verhoogde hoeveelheid immunoglobulinen of andere plasma-eiwitten. Er is geen plausibele mechanistische relatie met de remming van bacteriële topoisomerasen. De hoge TxGNN-score weerspiegelt waarschijnlijk alleen patronen in de kennisgraaf, niet een daadwerkelijk therapeutisch effect.
De voorspelling moet daarom als zeer speculatief worden beschouwd.
Bewijs uit klinische studies
Momenteel geen gerelateerde klinische studies geregistreerd.
Bewijs uit de literatuur
Momenteel geen gerelateerde literatuur beschikbaar.
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 118540 | Moxifloxacine VIOSER 400 mg/250 ml oplossing voor infusie (status: doorgehaald) | Oplossing voor infusie (afgeleid uit de productnaam) | Niet beschikbaar in de gecompileerde gegevens |
Dit is de enige vergunning bij het CBG-MEB, en die is doorgehaald. Er is dus geen geldige registratie van moxifloxacine in de samengestelde gegevens.
Veiligheidsoverwegingen
Voor waarschuwingen en contra-indicaties uit de officiële productinformatie zijn geen gegevens beschikbaar. Raadpleeg de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter (PIL) voor volledige veiligheidsinformatie.
- Contra-indicaties volgens de kennisgraaf (afkomstig uit relaties in de kennisgraaf, niet uit de officiële productinformatie):
- Hartritme en hart en vaten: long-QT-syndroom (ook familiair), torsades de pointes, plotselinge hartstilstand, geleidingsstoornissen van het hart, myocardischemie, coronaire hartziekte.
- Zenuwstelsel en spieren: epilepsie, perifere neuropathie en andere aandoeningen van het perifere zenuwstelsel, myasthenia gravis (ook met aanvang op volwassen leeftijd), aandoeningen van de neuromusculaire overgang.
- Pezen en gewrichten: tendinitis, periarthritis, exostose.
- Lever: levercirrose, geneesmiddelgeïnduceerd leverletsel.
- Maag-darmstelsel: Clostridium difficile-colitis, perinatale necrotiserende enterocolitis.
- Overig: kaliumdeficiëntie.
- Geneesmiddelinteracties: in totaal zijn 391 interacties geregistreerd. Voorbeelden van interacties van het niveau Majeur: hydrocortison, dexamethason, betamethason, triamcinolon, bupropion en chloorpropamide. Voorbeelden van niveau Matig: metformine, pioglitazon, alogliptine, canagliflozine, acarbose, famotidine, loperamide, acetylsalicylzuur en calciumzouten.
- Relevantie voor de voorspelde indicatie: de kennisgraaf vermeldt perifere neuropathie als contra-indicatie. Dit weegt negatief mee bij aandoeningen met een hematologische oorzaak van neuropathie.
Conclusie en vervolgstappen
Besluit: Hold
Onderbouwing:
- Er is geen enkele klinische studie of publicatie die moxifloxacine koppelt aan polyclonaal hyperviscositeitssyndroom, en er is geen plausibel mechanisme. Het bewijsniveau is L5 (alleen modelvoorspelling).
- Daarnaast heeft moxifloxacine in Nederland alleen een doorgehaalde registratie, en de officiële veiligheidsgegevens ontbreken in de samengestelde gegevens.
Om verder te gaan, is het volgende nodig:
- Aanvullende gegevens over het werkingsmechanisme en een mechanistische onderbouwing voor hyperviscositeit.
- De SmPC en bijsluiter van het CBG-MEB voor een volledige veiligheidsbeoordeling.
- Preklinisch of klinisch bewijs voor de voorspelde indicatie. Zonder dergelijk bewijs is verder onderzoek niet te rechtvaardigen.
Aanvullende opmerking over andere voorspellingen: van de andere voorspelde indicaties heeft alleen builenpest (bubonic plague) een inhoudelijk plausibele basis, namelijk preklinisch bewijs uit dier- en in-vitro-modellen (niveau L4). Pest en longpest staan echter al bij de oorspronkelijke indicaties. Het gaat dus eerder om een uitbreiding van een bestaande indicatie dan om echte herpositionering. Overige voorspellingen, zoals monoklonale gammopathie en aangeboren hematologische aandoeningen, betreffen hooguit ondersteunende behandeling van infecties en niet de onderliggende ziekte.
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.