Metronidazole
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 10 |
Inhoudsopgave
Metronidazol: Van anaerobe infecties naar pneumocystose
Samenvatting in één zin
Metronidazol is een antibioticum en antiprotozoair middel dat oorspronkelijk wordt gebruikt bij onder andere anaerobe bacteriële infecties, giardiasis, bacteriële vaginose en peritonitis. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij pneumocystose, maar er zijn geen geregistreerde klinische studies en de 10 gevonden publicaties zijn algemene overzichten en casusbeschrijvingen die geen werkzaamheid van metronidazol tegen Pneumocystis aantonen.
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Anaerobe bacteriële infecties, giardiasis, bacteriële vaginose, peritonitis (de vergunningstekst in de beschikbare gegevens is leeg; de indicaties zijn afkomstig uit de kennisgraaf) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Pneumocystose |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,99% |
| Bewijsniveau | L5 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen doorgehaald (vergunning ingetrokken) |
| Aantal vergunningen | 1 |
| Aanbevolen beslissing | Hold |
Waarom is deze voorspelling (on)aannemelijk?
Gedetailleerde gegevens over het werkingsmechanisme zijn momenteel niet beschikbaar. Metronidazol is werkzaam tegen anaerobe bacteriën en protozoa. Pneumocystis jirovecii is echter een schimmel zonder bekende nitroimidazol-gevoelige route.
De hoge TxGNN-score wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de netwerknabijheid van metronidazol tot antiparasitaire en anti-infectieve middelen in de kennisgraaf, en niet door een aangetoond biologisch mechanisme. De gevonden literatuur bestaat uit algemene overzichten over antiparasitaire middelen en hiv-gerelateerde opportunistische infecties. Geen enkele publicatie toont werkzaamheid van metronidazol tegen Pneumocystis aan. De standaardbehandeling is trimethoprim-sulfamethoxazol.
Deze voorspelling moet daarom worden beschouwd als een computationele hypothese zonder inhoudelijke onderbouwing.
Evidentie uit klinische studies
Momenteel geen gerelateerde klinische studies geregistreerd.
Literatuurevidentie
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 1545596 | 1992 | Review | Mayo Clinic Proceedings | Overzicht van antiparasitaire middelen; geen specifiek bewijs voor metronidazol bij pneumocystose |
| 7355683 | 1980 | Review | American Family Physician | Metronidazol als keuzemiddel bij amoebiasis en trichomoniasis; pneumocystis-pneumonie wordt behandeld met trimethoprim-sulfamethoxazol |
| 1782741 | 1991 | Review | Clinical Pharmacokinetics | Farmacokinetische onderbouwing van antiprotozoaire therapie |
| 2996829 | 1985 | Review | Clinical Pharmacy | Behandeling van infectieuze complicaties bij aids, waaronder Pneumocystis-pneumonie |
| 26518395 | 2015 | Review | Topics in Antiviral Medicine | Hiv-gerelateerde opportunistische infecties blijven relevant; geen aanwijzing voor metronidazol |
| 6282154 | 1982 | Casusbeschrijving | Am Rev Respir Dis | Pneumocystis- en CMV-pneumonie bij een eerder gezonde volwassene die eerder met metronidazol was behandeld voor diarree; geen therapeutisch effect op Pneumocystis |
| 2338506 | 1990 | Casusbeschrijving | Kansenshogaku Zasshi | Twee aids-patiënten; metronidazol gebruikt bij amoebendysenterie, niet bij pneumocystose |
| 6771863 | 1980 | Review | Reviews of Infectious Diseases | Kritische beschouwing van studies naar antimicrobiële profylaxe |
| 16496064 | 2005 | Casusbeschrijving | J Formos Med Assoc | Colonperforatie met peritonitis bij een aids-patiënt door CMV en amoebencolitis |
| 42178576 | 2026 | Casusbeschrijving | J Med Case Reports | Cerebellair abces door Streptococcus intermedius bij sarcoïdose; niet gerelateerd aan pneumocystose |
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 119834//14416 (doorgehaald) | Metronidazol Fisher 7,5 mg/g, gel | Gel | Niet beschikbaar in de gegevens |
Er is geen geldige vergunning voor een enkelvoudig of gecombineerd product. De enige vergunning is doorgehaald. Raadpleeg voor actuele informatie het CBG-MEB.
Veiligheidsoverwegingen
Op basis van de kennisgraaf (niet op basis van de officiële productinformatie) zijn de volgende aandoeningen als contra-indicatie of voorzorg aangemerkt:
- Lever en nieren: leverfalen, leverziekte, nierziekte
- Bloed: hematologische aandoeningen, neutropenie, agranulocytose, leukopenie, stollingsstoornissen
- Zenuwstelsel: epilepsie, perifere neuropathie, aandoeningen van het perifere zenuwstelsel, hersenaandoeningen, niet-infectieuze meningitis, aandoeningen van de oogzenuw en de gezichtsbaan
- Overig: congestief hartfalen, diabetes mellitus, diabetische ketoacidose, galblaasaandoeningen, jicht, dermatitis, pyoureter, middelenmisbruik/-afhankelijkheid
Geneesmiddelinteracties: Er zijn 2.067 interacties gevonden. Belangrijkste voorbeelden uit de bovenste resultaten:
- Ernstig (Major): ethanol
- Matig (Moderate): paclitaxel, adalimumab, trastuzumab-emtansine, ethinylestradiol, estradiol, butalbital, amiodaron, celecoxib, amobarbital, loperamide
- Licht (Minor): onder andere abirateron, tramadol, famotidine, salbutamol
Voor de volledige veiligheidsinformatie, waarschuwingen en contra-indicaties, raadpleeg de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter. Officiële gegevens uit de CBG-MEB-productinformatie ontbreken in de compilatie.
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Hold
Onderbouwing:
- Er is geen mechanistische rationale: Pneumocystis jirovecii is een schimmel en metronidazol heeft geen bekende activiteit daartegen. Er zijn geen klinische studies en de literatuur biedt geen steun; het bewijsniveau is L5 (alleen modelvoorspelling). De standaardbehandeling (trimethoprim-sulfamethoxazol) is gevestigd.
Voor verdere stappen is nodig:
- Preklinisch bewijs (in vitro of diermodel) van activiteit van metronidazol tegen Pneumocystis, als eerste stap
- Aanvullende gegevens over het werkingsmechanisme
- Veiligheidsinformatie uit de CBG-MEB-productinformatie (momenteel een blokkerende datalacune)
Opmerking over andere voorspellingen: Binnen dezelfde voorspellingslijst is het bewijs voor cap polyposis (casusbeschrijvingen, mogelijk antiinflammatoir effect) en ulceratie van de vulva (vulvaire ziekte van Crohn of amoebiasis; kleine klinische studie en systematische review) relatief het sterkst. Beide blijven L4 en vragen om gecontroleerde studies voordat ze als herpositioneringskandidaat kunnen worden overwogen.
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.