Lopinavir
| Bewijsniveau: L4 | Voorspelde indicaties: 3 |
Inhoudsopgave
Lopinavir: Van hiv/aids naar simian immunodeficiency virus-infectie
Samenvatting in één zin
Lopinavir is een hiv-proteaseremmer die oorspronkelijk wordt gebruikt voor de behandeling van hiv-infectie en aids. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij simian immunodeficiency virus-infectie (een aandoening bij apen). Deze voorspelling wordt op dit moment ondersteund door 0 klinische studies en 3 publicaties, die alle drie preklinisch (diermodel) zijn.
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | HIV-infectie, aids (volgens de kennisgraaf; de geautoriseerde indicatietekst is niet beschikbaar) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Simian immunodeficiency virus-infectie |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,90% |
| Evidentieniveau | L4 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen ingetrokken (geen geldige handelsvergunning) |
| Aantal vergunningen | 1 (ingetrokken) |
| Aanbevolen beslissing | Hold |
Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
Over het werkingsmechanisme zijn in de voor dit rapport samengestelde gegevens geen gedetailleerde gegevens beschikbaar. Bekend is dat lopinavir een remmer is van het hiv-1-protease, een enzym dat nodig is om virale eiwitten te knippen tot functionele eenheden. Het middel wordt klinisch toegepast in combinatie met ritonavir.
Het simian immunodeficiency virus (SIV) is een nauw verwant lentivirus met een structureel en functioneel vergelijkbaar protease. Een werking van lopinavir is daarom biologisch plausibel. De hoge TxGNN-score weerspiegelt waarschijnlijk vooral deze gelijkenis met hiv.
Een kanttekening is belangrijk: SIV-infectie is geen menselijke ziekte. De voorspelling is in wezen een uitbreiding van de bestaande hiv-indicatie naar een diermodel en geen nieuwe therapeutische indicatie voor mensen. Er is geen klinisch ontwikkeltraject voor de Nederlandse patiëntenzorg.
Twee andere voorspellingen met een vergelijkbare score zijn eveneens beoordeeld. Voor feline acquired immunodeficiency syndrome (een diergeneeskundige aandoening) is geen enkele studie of publicatie gevonden. Het hiv-1-proteaseremmers werken doorgaans slechter op het FIV-protease. Voor een zeldzame neurologische ontwikkelingsstoornis (met atactische gang, afwezige spraak en verminderde corticale witte stof) is geen mechanistische link met proteaseremming gevonden. Deze voorspellingen zijn hooguit hypothese-genererend.
Klinisch bewijs
Momenteel zijn er geen gerelateerde klinische studies geregistreerd.
Literatuurbewijs
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 16973590 | 2006 | Preklinisch dierstudie | Journal of Virology | Snelle afname van de virale lading bij met SIV geïnfecteerde makaken die vier antiretrovirale middelen kregen |
| 17350308 | 2007 | Preklinisch dier-/virologiestudie | Microbes and Infection | Nieuw SHIV-construct met hiv-1-proteasegen in resusapen, bedoeld als model voor het testen van proteaseremmers |
| 12951220 | 2003 | Preklinisch dierstudie | Journal of Virological Methods | Effect van orale HAART (AZT, 3TC en lopinavir/ritonavir) op de CD8-subset bij chronisch met SHIV 89.6P geïnfecteerde apen |
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 115086 (ingetrokken) | Lopinavir/Ritonavir Sandoz 200 mg/50 mg, filmomhulde tabletten | Filmomhulde tabletten | Niet beschikbaar |
Veiligheidsoverwegingen
- Contra-indicaties volgens de kennisgraaf (afgeleid uit kennisgraafrelaties, niet uit de tekst van de bijsluiter): lang-QT-syndroom (ook familiair), torsades de pointes, plotselinge hartstilstand, hartgeleidingsstoornissen, atrioventriculair blok, myocardischemie, coronaire hartziekte, cardiomyopathie (waaronder hypertrofische), endomyocardiale fibrose, pancreatitis, leverziekte, levercirrose, galblaasaandoeningen, chronische hepatitis B- en C-infectie, hyperbilirubinemie (waaronder het syndroom van Gilbert), hyperglykemie, diabetes mellitus, diabetische ketoacidose, hypertriglyceridemie, familiaire gecombineerde hyperlipidemie, kaliumtekort en hemofilie.
- Geneesmiddelinteracties: 67 interacties gevonden, waarvan hieronder een selectie uit de eerste 20 weergegeven.
- Ernstig (Major): dolasetron, papaverine
- Matig (Moderate): onder meer acarbose, dapagliflozine, metformine, famotidine, levofloxacine, ondansetron, palonosetron en diverse laxantia (bisacodyl, ricinusolie, glycerine, lactitol, lactulose, magnesiumcitraat, magnesiumhydroxide, minerale olie, fenolftaleïne)
- Licht (Minor): cimetidine, clotrimazol
Voor volledige informatie over waarschuwingen en contra-indicaties wordt verwezen naar de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter van het CBG-MEB.
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Hold
Onderbouwing:
- De voorspelde indicatie betreft een aandoening bij dieren (SIV) zonder klinisch ontwikkeltraject voor de mens. Het bewijs bestaat uitsluitend uit drie preklinische studies (evidentieniveau L4). De overige twee voorspellingen berusten alleen op de modelscore (L5). Daarnaast heeft het enige Nederlandse product (RVG 115086) een ingetrokken vergunning.
Om verder te gaan is het volgende nodig:
- Het vaststellen van een relevante menselijke indicatie; de huidige voorspellingen bieden daarvoor geen aanknopingspunt
- Gegevens over het werkingsmechanisme (bijvoorbeeld via DrugBank) voor een mechanistische analyse
- De waarschuwingen en contra-indicaties uit de SmPC/bijsluiter van het CBG-MEB, noodzakelijk voor een veiligheidsscreening
- Voor de neurologische ontwikkelingsstoornis: validatie van doelwit en signaalroute in ziektespecifieke modellen vóór enige verdere stap
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.