Landiolol
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 6 |
Inhoudsopgave
Landiolol: Van supraventriculaire tachycardie naar lingual-faciale-buccale dyskinesie
Samenvatting in één zin
Landiolol is een ultrakortwerkende, zeer selectieve bètablokker die intraveneus wordt gebruikt bij supraventriculaire tachycardie (boezemfibrilleren en boezemfladderen). Het TxGNN-model voorspelt dat het werkzaam kan zijn bij lingual-faciale-buccale dyskinesie, maar voor deze richting zijn geen klinische studies en geen publicaties gevonden. De voorspelling berust uitsluitend op een computermodel.
Snel overzicht
| Onderdeel | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Supraventriculaire tachycardie (boezemfibrilleren/-fladderen), volgens farmacologische gegevens; de Nederlandse vergunningstekst bevat geen indicatietekst |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Lingual-faciale-buccale dyskinesie |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,11% |
| Bewijsniveau | L5 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen doorgehaalde (geschorste/ingetrokken) registratie |
| Aantal vergunningen | 1 (0 geldig, 1 doorgehaald) |
| Aanbevolen besluit | Hold |
Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
Voor het oorspronkelijke werkingsmechanisme zijn in de voor dit rapport samengestelde gegevens geen details beschikbaar. Landiolol is volgens de farmacologische gegevens een bètablokker die ongeveer 250 keer selectiever is voor de β1-adrenoceptor dan voor de β2-adrenoceptor.
Een mogelijke, maar zwak onderbouwde link is dat bètablokkade de perifere en centrale adrenerge activiteit zou kunnen dempen. Dat wordt gezien bij propranolol bij sommige hyperkinetische bewegingsstoornissen. Landiolol is echter β1-selectief en dringt beperkt door tot het centrale zenuwstelsel, waardoor deze link zwak is.
De hoge score (0,991) weerspiegelt vermoedelijk vooral nabijheid in de kennisgraaf en niet een aangetoond mechanisme. Er is geen klinisch of literatuurbewijs aangeleverd.
Overige voorspelde indicaties (allemaal L5, besluit Hold):
| Voorspelde indicatie | Score | Beoordeling |
|---|---|---|
| Chronische tic-stoornis | 99,08% | Gevestigde therapieën werken via dopamine (D2-antagonisten) of alfa-2-adrenerge routes; β1-blokkade biedt geen duidelijke route. |
| Psychogene bewegingsstoornissen | 99,05% | Behandeling is vooral niet-medicamenteus; een IV-middel met zeer korte werking heeft geen aanwijsbare rol bij chronisch gebruik. |
| Extrapiramidale en bewegingsziekten | 99,04% | Brede categorie; baat van bètablokkers (bijv. bij houdingstremor, acathisie) wordt toegeschreven aan β2- en centrale effecten. |
| Benigne rilaanvallen (benign shuddering attacks) | 99,04% | Zelflimiterende aandoening bij jonge kinderen; risico-batenverhouding van een IV-bètablokker bij zuigelingen is ongunstig. |
| Primaire orthostatische tremor | 99,00% | Standaard behandeling is clonazepam, gabapentine of primidon; bètablokkers hebben beperkt effect. |
Klinisch trialbewijs
Momenteel zijn er geen gerelateerde klinische studies geregistreerd.
Literatuurbewijs
Momenteel is er geen gerelateerde literatuur beschikbaar.
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 116684 | Rapibloc 20 mg/2 ml concentraat voor oplossing voor injectie (status: doorgehaald) | Concentraat voor oplossing voor injectie | Niet vermeld in de beschikbare gegevens |
De enige Nederlandse registratie bij het CBG-MEB is doorgehaald; er is momenteel geen geldige vergunning.
Veiligheidsoverwegingen
- Farmacologisch profiel: Landiolol bindt aan de β1-adrenoceptor (ADRB1) en, in veel mindere mate, aan de β2-adrenoceptor (ADRB2). Er zijn geen specifieke geneesmiddelinteracties met een interactieniveau vastgelegd.
Voor waarschuwingen en contra-indicaties: raadpleeg de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter.
Conclusie en vervolgstappen
Besluit: Hold
Onderbouwing:
- De voorspellingen zijn uitsluitend gebaseerd op een computermodel (L5), zonder klinische studies of publicaties, en het mechanisme (β1-selectieve, nauwelijks centraal werkzame bètablokker) sluit slecht aan bij de voorspelde bewegingsstoornissen. Bovendien is er in Nederland geen geldige vergunning en is het middel alleen intraveneus beschikbaar, wat chronisch gebruik onwaarschijnlijk maakt.
Om verder te gaan is het volgende nodig:
- Veiligheidsgegevens uit de SmPC/bijsluiter van het CBG-MEB (waarschuwingen en contra-indicaties ontbreken; dit blokkeert de veiligheidsscreening)
- Gegevens over het werkingsmechanisme uit DrugBank
- Preklinisch of klinisch bewijs voor ten minste één voorspelde indicatie
- Beoordeling van de toedieningsroute (intraveneus versus chronische behandeling) en van de registratiestatus in Nederland
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.