Isoniazid
| Bewijsniveau: L4 | Voorspelde indicaties: 1 |
Inhoudsopgave
Isoniazide: Van pulmonale tuberculose naar conjunctivitis
Samenvatting in één zin
Isoniazide is een antibioticum dat oorspronkelijk wordt gebruikt voor de behandeling van pulmonale tuberculose. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij conjunctivitis, maar er zijn geen geregistreerde klinische trials en slechts 12 publicaties van lage bewijskracht (voornamelijk casuïstiek en reviews). De voorspelling is vooral relevant voor conjunctivitis van tuberculeuze oorsprong.
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Pulmonale tuberculose |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Conjunctivitis |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,36% |
| Bewijsniveau | L4 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen ingetrokken registraties |
| Aantal vergunningen | 1 (ingetrokken) |
| Aanbevolen beslissing | Hold |
Waarom is deze voorspelling redelijk?
Gegevens over het werkingsmechanisme zijn voor dit rapport niet beschikbaar. Isoniazide is een antimycobacterieel middel dat algemeen wordt begrepen als remmer van de mycolzuursynthese in mycobacteriën. De werkzaamheid bij pulmonale tuberculose is bewezen.
De link met conjunctivitis is indirect. Isoniazide kan alleen relevant zijn voor oog- of bindvliesaandoeningen met een tuberculeuze oorsprong, zoals primaire conjunctivale tuberculose of flyctenulaire keratoconjunctivitis (een overgevoeligheidsreactie op mycobacteriële antigenen). In die gevallen werkt het middel op de onderliggende mycobacteriële infectie of op profylaxe daarvan, niet op conjunctivitis in het algemeen.
Isoniazide is geen plausibele behandeling voor veelvoorkomende bacteriële, virale of allergische conjunctivitis. De hoge TxGNN-score is een computationele voorspelling en toont op zichzelf geen klinisch voordeel aan.
Evidentie uit klinische trials
Er zijn momenteel geen gerelateerde klinische trials geregistreerd.
Literatuurevidentie
De meeste publicaties beschrijven isoniazide niet als behandeling voor conjunctivitis. Hieronder staan de meest relevante, gevolgd door publicaties met beperkte relevantie.
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 14253168 | 1965 | Cohort-/profylaxestudie | Am Rev Respir Dis | Isoniazide-profylaxe bij flyctenulaire keratoconjunctivitis onder Eskimo’s in Zuidwest-Alaska |
| 5103251 | 1971 | Niet geclassificeerd | Annales d’oculistique | Lokale toepassing van isoniazide bij oculaire tuberculose |
| 10641112 | 1999 | Niet geclassificeerd | Oftalmologia | 28 gevallen van tuberculeuze keratoconjunctivitis, vaak bij kinderen met primaire tuberculose en lymfklier-tuberculose |
| 33607832 | 2021 | Casuïstiek | Medicine | Flyctenulaire keratoconjunctivitis bij een kind met primaire sinonasale tuberculose |
| 14089390 | 1964 | Casuïstiek | Arch Ophthalmol | Primaire tuberculose van de conjunctiva |
| 10084171 | 1999 | Casuïstiek | Rev Rhum (Engl Ed) | Isoniazide bij refractaire artropathie na intravesicale BCG-therapie (niet voor conjunctivitis) |
| 1363080 | 1992 | Review | Optom Clin | Oogbijwerkingen van systemische geneesmiddelen; isoniazide verschijnt als mogelijke oorzaak, niet als behandeling |
Daarnaast zijn vijf publicaties gevonden (PMID 14195962, 10084173, 7505555, 12226788, 8136810) over onder meer toxische epidermale necrolyse, BCG-gerelateerde artritis en het Munchausen-by-proxy-syndroom. Deze zijn niet relevant als bewijs voor behandeling van conjunctivitis met isoniazide.
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 119683//15460 | Rifinah 300 mg/150 mg, filmomhulde tabletten (ingetrokken) | Filmomhulde tabletten | Niet beschikbaar |
Veiligheidsoverwegingen
- Contra-indicaties volgens de kennisgraaf (geen productteksten): de kennisgraaf koppelt isoniazide aan de volgende aandoeningen: leverfalen (waaronder acuut), hepatitis, leveraandoeningen, galblaasaandoeningen, porfyrie (waaronder erfelijke porfyrie en stoornissen van het porfyrinemetabolisme), diabetes mellitus, diabetische ketoacidose, jicht, perifere zenuwaandoeningen en perifere neuropathie, middelenmisbruik/-afhankelijkheid en trage acetylering.
- Geneesmiddelinteracties: in totaal 282 interacties gevonden. Voorbeelden zijn:
- Matig: antidiabetica (acarbose, metformine, pioglitazon, alogliptine, canagliflozine, dapagliflozine, chloorpropamide, albiglutide), metronidazol, budesonide, vitamine D-verbindingen (cholecalciferol, calcifediol, calcitriol), alosetron en picosulfaat.
- Gering: corticosteroïden (hydrocortison, triamcinolon, dexamethason, betamethason).
Raadpleeg voor volledige veiligheidsinformatie de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter. Productteksten van het CBG-MEB waren voor dit rapport niet beschikbaar.
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Hold
Onderbouwing:
- Het bewijs bestaat uitsluitend uit oudere casuïstiek, kleine series en één populatiestudie over profylaxe, zonder geregistreerde klinische trials (L4). De relevantie beperkt zich tot conjunctivitis met tuberculeuze oorzaak. Bovendien is de enige Nederlandse registratie ingetrokken.
Om verder te gaan is nodig:
- Afbakening van de doelpopulatie (tuberculeuze oogaandoeningen, niet conjunctivitis in het algemeen)
- Systematische literatuurbeoordeling en handmatige relevantiebeoordeling van de gevonden publicaties
- Gegevens over het werkingsmechanisme (bijv. via DrugBank)
- Veiligheidsinformatie uit de SmPC en bijsluiter, met aandacht voor lever- en zenuwtoxiciteit
- Beoordeling van toedieningsroute en beschikbare formuleringen (de huidige gegevens zijn onvolledig) en van de beschikbaarheid van het middel in Nederland
- Klinische studies of prospectieve gegevens voor deze specifieke indicatie
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.