Hydromorphone
| Bewijsniveau: L4 | Voorspelde indicaties: 6 |
Inhoudsopgave
- Hydromorphone
- Hydromorfon: Van verkoudenheid/nasofaryngitis naar faryngitis
Hydromorfon: Van verkoudenheid/nasofaryngitis naar faryngitis
Samenvatting in één zin
Hydromorfon is een opioïde pijnstiller (mu-opioïdagonist). In de kennisgraaf van het TxGNN-model is het gekoppeld aan de indicaties verkoudheid en nasofaryngitis. Het model voorspelt een mogelijk effect bij faryngitis, maar daarvoor zijn geen direct passende klinische gegevens: de 3 gevonden trials betreffen pijn na een keelamandeloperatie en er is geen literatuur over faryngitis zelf.
Kort overzicht
| Onderdeel | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Verkoudheid en nasofaryngitis (volgens de kennisgraaf; de Nederlandse vergunning vermeldt geen indicatietekst) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Faryngitis |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,81% |
| Bewijsniveau | L4 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen doorgehaalde registraties (vergunning ingetrokken) |
| Aantal vergunningen | 1 (0 geldig, 1 doorgehaald) |
| Aanbevolen besluit | Hold (aanhouden) |
Waarom is deze voorspelling (on)aannemelijk?
Er zijn voor dit rapport geen gegevens over het werkingsmechanisme beschikbaar. Op basis van algemene kennis is hydromorfon een mu-opioïdagonist met een centraal pijnstillend effect. Het kan in principe keelpijn verlichten, maar heeft geen antivirale, ontstekingsremmende of antibacteriële werking tegen de onderliggende faryngitis.
De hoge score (0,998) weerspiegelt waarschijnlijk de koppeling met de oorspronkelijke indicaties (verkoudheid/nasofaryngitis) en de nabijheid in het netwerk, niet een gevalideerd therapeutisch mechanisme. De drie gevonden trials gaan over postoperatieve pijn na tonsillectomie, een andere situatie dan infectieuze faryngitis.
Voor de overige voorspellingen is de onderbouwing eveneens zwak: allergische urticaria (opioïden kunnen juist histaminevrijgave en jeuk veroorzaken), aandoeningen van de neusholte en acute laryngofaryngitis (geen bewijs, risico op ademhalingsdepressie), en trigeminale autonome cefalalgie (geen bewijs; opioïden worden niet aanbevolen). Hoofdpijnaandoeningen (score 99,65%) hebben wel klinische gegevens, maar die ondersteunen gebruik niet als voorkeursbehandeling (zie hieronder).
Klinisch trialbewijs (faryngitis)
| Trialnummer | Fase | Status | Inclusie | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| NCT04230681 | Vroege fase 1 | Afgerond | 189 | Hydromorfon vs. fentanyl voor pijnbestrijding bij kinderen na tonsillectomie; geen werkzaamheidssignaal voor faryngitis |
| NCT05244226 | Fase 2 | Afgerond | 66 | Methadon vs. kortwerkende opioïden (fentanyl/hydromorfon) na tonsillectomie bij kinderen; alleen indirect relevant |
| NCT06576830 | Fase 4 | Werft actief | 440 | Eenmalig intraoperatief methadon vs. kortwerkende opioïden bij kinderen na tonsillectomie; geen faryngitis |
Literatuurbewijs
Voor faryngitis is momenteel geen gerelateerde literatuur beschikbaar.
Aanvullend: hoofdpijnaandoeningen (de enige voorspelling met klinisch bewijs)
Bij de voorspelling “hoofdpijnaandoening” (score 99,65%, bewijsniveau L3) zijn de volgende studies het meest relevant:
| Trialnummer / PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| NCT02389829 | 2015–2016 | Fase 4 RCT (n=127) | n.v.t. | Hydromorfon vs. prochloorperazine + difenhydramine bij acute migraine op de spoedeisende hulp; resultaten niet beschikbaar in de verzamelde gegevens |
| 29046364 | 2017 | RCT | Neurology | IV prochloorperazine + difenhydramine vs. IV hydromorfon bij migraine |
| 27300483 | 2016 | Richtlijn | Headache | Richtlijn van de American Headache Society voor parenterale behandeling van acute migraine op de spoedeisende hulp |
| 41321235 | 2026 | Richtlijn | Headache | Update van de AHS-richtlijn; opioïden worden over het algemeen niet als eerstelijnsbehandeling aanbevolen |
| 17981511 | 2008 | Vergelijkend onderzoek | The Journal of Pain | Metoclopramide vs. hydromorfon bij migraine op de spoedeisende hulp |
| 34363617 | 2021 | Post-hocanalyse RCT | Headache | Effect op migraine-geassocieerde symptomen: hydromorfon vs. prochloorperazine |
| 29516486 | 2018 | Observationeel | Headache | Door opioïden veroorzaakt “prettig gevoel” hangt niet samen met terugkeer naar de spoedeisende hulp |
| 24948146 | 2015 | Overzicht van gebruik | Cephalalgia | Huidig gebruik van migrainemedicatie op Amerikaanse spoedeisende hulpafdelingen |
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 118401//22165 | Palladone-SR capsules 24 mg, capsules met verlengde afgifte | Capsule met verlengde afgifte | Niet beschikbaar (vergunning doorgehaald) |
Dit is de enige vergunning en is doorgehaald; er is dus momenteel geen geldig hydromorfonproduct in deze gegevens. Het CBG-MEB is de bevoegde Nederlandse autoriteit.
Veiligheidsoverwegingen
- Contra-indicaties volgens de kennisgraaf (afkomstig uit de kennisgraaf, niet uit de officiële productinformatie): onder meer leverfalen en leverziekte, nierziekte, epilepsie, ademhalingsfalen, hypotensie, hartstilstand en geleidingsstoornissen, ziekte van Addison en andere vormen van bijnierinsufficiëntie, hypothyreoïdie/myxoedeem, inflammatoire darmziekten (waaronder colitis ulcerosa), goedaardige prostaathyperplasie, galblaasaandoeningen, verstopping, middelenafhankelijkheid en misbruik, en butyrylcholinesterasedeficiëntie.
- Geneesmiddelinteracties: in totaal 248 interacties gevonden. Belangrijke (ernstige) interacties zijn onder meer met alvimopan, bupropion, morfine en naltrexon. Voorbeelden van matige interacties: loperamide, atropine, hyoscyamine, glycopyrronium, cimetidine, naloxon, dronabinol en eluxadoline.
- Aanvullend: opioïden geven risico op ademhalingsdepressie (met name bij luchtwegaandoeningen), afhankelijkheid en terugkerende bezoeken aan de spoedeisende hulp.
Raadpleeg voor officiële waarschuwingen en contra-indicaties de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter (PIL).
Conclusie en vervolgstappen
Besluit: Hold (aanhouden)
Onderbouwing:
- De hoge TxGNN-score voor faryngitis berust waarschijnlijk op netwerknabijheid met de oorspronkelijke indicaties, niet op een plausibel mechanisme of klinisch bewijs; de gevonden trials gaan over postoperatieve pijn.
- De enige voorspelling met enig klinisch bewijs (hoofdpijn/migraine) laat vooral vergelijkende studies zien, en richtlijnen raden opioïden af als eerstelijnsbehandeling. Bovendien is de enige Nederlandse vergunning doorgehaald.
Om verder te gaan is nodig:
- Gegevens over het werkingsmechanisme (bijv. via DrugBank) en de officiële veiligheidsinformatie van het CBG-MEB (SmPC); deze ontbreken nu en blokkeren de veiligheidsscreening.
- Resultaten van de fase 4-RCT NCT02389829 om de richting van het effect bij migraine te beoordelen.
- Gerichte literatuur of studies naar hydromorfon bij faryngitis zelf (niet bij postoperatieve pijn).
- Een beoordeling van de toedieningsroute en de beschikbaarheid van een geldig product in Nederland.
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.