Hydrocortisone
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 10 |
Inhoudsopgave
- Hydrocortisone
- Hydrocortison: Van bijnierschorsinsufficiëntie en auto-immuunziekten naar alopecia areata
Hydrocortison: Van bijnierschorsinsufficiëntie en auto-immuunziekten naar alopecia areata
Samenvatting in één zin
Hydrocortison is een glucocorticoïd dat oorspronkelijk wordt gebruikt bij onder meer bijnierschorsinsufficiëntie, de ziekte van Addison, auto-immuunziekten en inflammatoire darmziekten. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij alopecia areata, met 1 klinische studie (fase 3) en 20 publicaties in de data die voor dit rapport zijn samengesteld. Veel van die publicaties zijn echter historische casuïstiek of slechts zijdelings relevant. De enige gerandomiseerde studie gebruikte hydrocortison als zwak vergelijkingsmiddel, niet als onderzochte behandeling.
Snel overzicht
| Onderdeel | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Bijnierschorsinsufficiëntie / ziekte van Addison, auto-immuunziekten, inflammatoire darmziekten (o.a. ziekte van Crohn) en andere (afgeleid uit de kennisgraaf; er is geen goedgekeurde indicatietekst uit de Nederlandse vergunningen beschikbaar) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Alopecia areata |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,97% |
| Bewijsniveau | L1 volgens de formele indeling in de data; zie de kanttekening hieronder (inhoudelijk eerder L2–L3) |
| Status op de Nederlandse markt | Alleen doorgehaalde (ingetrokken) registraties |
| Aantal vergunningen | 2 (beide ingetrokken) |
| Aanbevolen besluit | Hold |
Kanttekening bij het bewijsniveau: de data kennen L1 toe, maar de enige fase 3-studie (n=41) is één kleine studie waarin hydrocortison 1% als actieve controle diende. Dit voldoet niet aan “≥2 afgeronde fase 3-RCT’s”. Een voorzichtige beoordeling plaatst het bewijs dichter bij L2–L3.
Waarom is deze voorspelling redelijk?
Gedetailleerde gegevens over het werkingsmechanisme zijn momenteel niet beschikbaar in de data. Op basis van bekende informatie is hydrocortison een glucocorticoïd met ontstekingsremmende en immunosuppressieve werking. De werkzaamheid bij auto-immuunziekten is aangetoond en mechanistisch kan het van toepassing zijn op alopecia areata.
Alopecia areata is een T-celgemedieerde auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem de haarfollikel aanvalt. Dit sluit aan bij de bestaande auto-immuunindicaties van hydrocortison. Corticosteroïden worden bij deze aandoening al lang topisch en intralesionaal gebruikt, en ook oudere publicaties (jaren 1950–1970) beschrijven intracutane hydrocortisoninjecties.
Er is wel een belangrijke beperking: bij alopecia areata worden doorgaans krachtigere corticosteroïden verkozen. In de enige beschikbare studie was hydrocortison het laagpotente vergelijkingsmiddel. De data ondersteunen hydrocortison dus vooral als referentie en niet als aangetoond effectieve behandeling.
Klinisch trialbewijs
| Trialnummer | Fase | Status | Inclusie | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| NCT01453686 | Fase 3 | Afgerond | 41 | Gerandomiseerde studie bij kinderen met alopecia areata: clobetasolpropionaat 0,05% crème versus hydrocortison 1% crème. Hydrocortison was de actieve controle; de studie was opgezet om superioriteit van clobetasol aan te tonen. Kleine steekproef (2002–2003). |
Literatuurbewijs
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 24226568 | 2014 | RCT | JAMA Dermatology | Clobetasol 0,05% versus hydrocortison 1% bij kinderen met alopecia areata (publicatie bij de bovenstaande studie) |
| 15692503 | 2005 | Casusbeschrijving | J Am Acad Dermatol | Vier gevallen van congenitale alopecia areata; behandelingen waren o.a. minoxidil en topische middelen |
| 13368875 | 1956 | Historische caseserie | Medical Times | Behandeling van alopecia areata met cortison, hydrocortison en analogen |
| 13610145 | 1958 | Historische casuïstiek | Der Hautarzt | Haargroei na intracutane hydrocortisoninjectie |
| 14376206 | 1955 | Historische klinische test | Actas Dermo-Sifiliogr. | Eerste klinische tests met lokale hydrocortison bij alopecia areata |
| 4755919 | 1973 | Klinische publicatie | Przegl Dermatol | Intralesionale hydrocortisonacetaatinjecties bij ernstige alopecia areata |
| 19289325 | 2009 | Casusbeschrijving | Endocr Pract | Auto-immuun polyglandulair syndroom type 3 met alopecia universalis en geïsoleerde corticotropinedeficiëntie |
| 24326563 | 2013 | Preklinisch (muis) | J Investig Dermatol Symp Proc | Parathyreoïdhormoonagonisten bij alopecia areata in muizen; geen hydrocortison |
De overige gevonden publicaties zijn vooral historische berichten zonder samenvatting, of betreffen niet-relevante onderwerpen (zoals een enquête naar zelfmedicatie, een veterinaire casus en trichotillomanie).
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 118022//03542 | Terra-Cortril met polymyxine-B, oordruppels | Oordruppels | Niet beschikbaar (vergunning ingetrokken) |
| RVG 113295//03543 | Terra-Cortril met polymyxine-B, oogzalf | Oogzalf | Niet beschikbaar (vergunning ingetrokken) |
Beide registraties bij het CBG-MEB zijn ingetrokken. Er is momenteel geen geldige vergunning voor een eenmalig preparaat of combinatiepreparaat in de data.
Veiligheidsoverwegingen
- Contra-indicaties uit de kennisgraaf (afgeleid uit relaties in de kennisgraaf, geen bijsluitertekst): onder meer hypertensie, epilepsie, maagzweer, nier- en leverziekte, galblaasziekte, hyperglykemie, herpes-simplexkeratitis, mazelen, wratten en HPV-infecties in het anogenitale gebied, en diverse vormen van hypofysedeficiëntie en hypogonadotroop hypogonadisme.
- Geneesmiddelinteracties: in totaal zijn 3037 interacties geregistreerd. Voorbeelden uit de data: adalimumab (ernstig); matig: onder meer ibuprofen, ketorolac, nifedipine, ethinylestradiol, isotretinoïne, zidovudine, acarbose, aldesleukine, alemtuzumab en diverse vaccins; licht: formoterol en salbutamol.
Raadpleeg voor de officiële waarschuwingen en contra-indicaties de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter (PIL), aangezien de bijsluitergegevens van het CBG-MEB niet in de data aanwezig zijn.
Overige voorspelde indicaties (ter volledigheid)
| Rang | Voorspelde indicatie | Score | Bewijsniveau | Opmerking |
|---|---|---|---|---|
| 2 | Alopecia mucinosa | 99,97% | L5 | Geen hydrocortisonspecifiek bewijs |
| 3 | Telogeen effluvium | 99,97% | L5 | Zwakke mechanistische onderbouwing |
| 4 | Folliculitis decalvans | 99,97% | L5 | Alleen voorspelling |
| 5 | Alopecia met antilichaamdeficiëntie | 99,96% | L4 | Indirect bewijs; betreft vervangingstherapie |
| 10 | Idiopathisch steroïdsensitief nefrotisch syndroom | 99,46% | L4 | Standaard is prednison(olon); alleen onderzoek naar bijnierrespons |
De rangen 6 tot en met 9 betreffen zeldzame erfelijke of syndromale haaraandoeningen zonder enig bewijs.
Conclusie en vervolgstappen
Besluit: Hold
Onderbouwing:
- Het mechanisme is plausibel en de aandoening is een auto-immuunziekte. De enige gerandomiseerde studie plaatst hydrocortison echter als laagpotente vergelijker, en krachtigere corticosteroïden zijn de standaard. Daarnaast is er in Nederland momenteel geen geldige vergunning voor een hydrocortisonproduct in de data.
Om verder te gaan is nodig:
- Het mechanisme van werking uit DrugBank
- De waarschuwingen en contra-indicaties uit de SmPC en bijsluiter van het CBG-MEB (nu een blokkerend ontbrekend gegeven voor veiligheidsscreening)
- Vergelijkend bewijs dat hydrocortison een meerwaarde heeft boven reeds gebruikte krachtigere corticosteroïden bij alopecia areata
- Duidelijkheid over beschikbare toedieningswegen (topisch, intralesionaal) en geldige Nederlandse preparaten
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.