Flecainide

Bewijsniveau: L5 Voorspelde indicaties: 10

Inhoudsopgave

  1. Flecainide
  2. Flecaïnide: Van atriumfibrilleren naar beroerte (stroke disorder)
    1. Samenvatting in één alinea
    2. Snel overzicht
    3. Waarom is deze voorspelling redelijk?
    4. Bewijs uit klinische studies
    5. Bewijs uit de literatuur
    6. Informatie over de Nederlandse markt
    7. Veiligheidsoverwegingen
    8. Conclusie en vervolgstappen
    9. Disclaimer

## Farmaceutisch beoordelingsrapport

Flecaïnide: Van atriumfibrilleren naar beroerte (stroke disorder)

Samenvatting in één alinea

Flecaïnide is een klasse-IC-antiaritmicum (natriumkanaalblokker) dat oorspronkelijk wordt gebruikt voor ritmecontrole bij atriumfibrilleren. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij beroerte (stroke disorder). Hiervoor is 1 fase 3-studie geregistreerd, die echter een indirect eindpunt heeft (aritmie na PFO-sluiting), en de beschikbare literatuur bestaat vooral uit overzichtsartikelen en observationele studies over atriumfibrilleren. Directe bewijsvoering voor preventie van beroerte ontbreekt.


Snel overzicht

Onderdeel Inhoud
Oorspronkelijke indicatie Atriumfibrilleren (afkomstig uit de kennisgraaf; in de Nederlandse vergunning is geen indicatietekst beschikbaar)
Voorspelde nieuwe indicatie Beroerte (stroke disorder)
TxGNN-voorspellingsscore 99,91%
Bewijsniveau L2 (conservatief toegekend; zie toelichting hieronder)
Status op de Nederlandse markt Alleen doorgehaald (vergunning ingetrokken)
Aantal vergunningen 1 (0 geldig, 1 doorgehaald)
Aanbevolen beslissing Hold

Toelichting bewijsniveau: de enige fase 3-studie is nog niet afgerond en meet geen beroerte-uitkomsten. Strikt genomen voldoet dit niet aan de criteria voor L1 of L2 en is het bewijs voor de directe indicatie in de praktijk beperkt tot een modelvoorspelling met indirecte ondersteuning.


Waarom is deze voorspelling redelijk?

Voor het werkingsmechanisme zijn in de voor dit rapport samengestelde gegevens geen details beschikbaar. Op basis van bekende informatie is flecaïnide een klasse-IC-natriumkanaalblokker, werkzaam bij ritmecontrole van atriumfibrilleren. Mechanistisch zou het daarom indirect van belang kunnen zijn bij beroerte.

Het verband is indirect: atriumfibrilleren is een belangrijke oorzaak van cardio-embolische beroerte. Een eventueel voordeel zou voortkomen uit vermindering van de aritmielast, niet uit een directe neuroprotectieve of antitrombotische werking. De geregistreerde fase 3-studie onderzoekt flecaïnide om atriale aritmie na sluiting van een patent foramen ovale (PFO) te verminderen. PFO-sluiting wordt uitgevoerd ter secundaire preventie van beroerte. Het verband betreft dus aritmie als complicatie van de ingreep, niet beroerte zelf.

Daarbij is flecaïnide gecontra-indiceerd bij structurele hartziekte, die bij patiënten met cerebrovasculaire aandoeningen vaak voorkomt. Dit beperkt de toepasbaarheid.


Bewijs uit klinische studies

Studienummer Fase Status Inschrijving Belangrijkste bevindingen
NCT05213104 Fase 3 Actief, niet meer werven 186 Flecaïnide om het risico op atriale aritmie of tachycardie na PFO-sluiting te verlagen. Primair eindpunt is aritmie, niet herhaalde beroerte. Resultaten nog niet beschikbaar; geplande einddatum 11-09-2026.

Bewijs uit de literatuur

Hieronder staan de meest relevante publicaties, met voorrang voor trialanalyses, meta-analyses en cohortstudies. Geen enkele publicatie toont direct aan dat flecaïnide beroerte voorkomt.

PMID Jaar Type Tijdschrift Belangrijkste bevindingen
38702961 2024 Subanalyse van RCT (EAST-AFNET 4) Europace Veiligheid en werkzaamheid van langdurige natriumkanaalblokkers (flecaïnide, propafenon) voor vroege ritmecontrole; bezorgdheid over proaritmie bij hart- en vaatziekten.
25820938 2015 Systematische review/meta-analyse Cochrane Database Syst Rev Antiaritmica voor behoud van sinusritme na cardioversie van atriumfibrilleren; effect op mortaliteit en andere klinische uitkomsten.
41954064 2026 Cohortstudie J Am Heart Assoc Langetermijnuitkomsten van klasse-1C-antiaritmica bij atriumfibrilleren ten opzichte van frequentiecontrole.
38551548 2024 Cohort/meta-analyse JACC Clin Electrophysiol Klasse-1C-middelen voor onderdrukking van premature ventriculaire complexen bij niet-ischemische cardiomyopathie.
41152878 2025 Cohortstudie BMC Med Gelijktijdig gebruik van DOAC’s en interacterende antiaritmica en het risico op beroerte en bloeding bij niet-valvulair atriumfibrilleren.
37109225 2023 Gerandomiseerde pilotstudie J Clin Med Carvedilol versus flecaïnide bij idiopathische PVC’s uit de uitstroombaan.
8729366 1995 Klinische studie (n=38) Arch Mal Coeur Vaiss Atriale elektrofysiologie bij onverklaarde ischemische cerebrovasculaire aandoeningen, inclusief effect van intraveneuze flecaïnide op atriale aritmieën.
25430048 2014 Review BMJ Clin Evid Acuut atriumfibrilleren verhoogt het risico op beroerte en hartfalen.
27884575 2017 Casusbeschrijving J Emerg Med Brugada-patroon veroorzaakt door een flecaïnide-overdosis.
30067936 2018 Richtlijn Med J Aust Australische richtlijnen voor diagnose en behandeling van atriumfibrilleren.

Informatie over de Nederlandse markt

RVG-nummer Productnaam Toedieningsvorm Goedgekeurde indicatie
RVG 119258//10098 Tambocor 100 mg tabletten Tablet (100 mg) Niet beschikbaar (vergunning doorgehaald)

Het enige Nederlandse product is doorgehaald; er is momenteel geen geldige vergunning voor een enkelvoudig of combinatiepreparaat. Raadpleeg voor actuele informatie het CBG-MEB.


Veiligheidsoverwegingen

Voor de bijsluiter- en SmPC-gegevens van het CBG-MEB zijn in de samengestelde gegevens geen waarschuwingen of contra-indicaties beschikbaar. Raadpleeg de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) voor volledige veiligheidsinformatie.

Contra-indicaties volgens de kennisgraaf (geen bijsluitertekst, maar relaties uit de TxGNN-kennisgraaf):

  • Hartaandoeningen: myocardinfarct, coronaire trombose, atrioventriculair blok, sinusknoopziekte (waaronder familiaire vorm)
  • Nier- en leverziekte, galblaasaandoeningen
  • Kaliumtekort
  • Hemoglobinopathie
  • Pyoureter

Geneesmiddelinteracties: in totaal zijn 234 interacties gevonden. Voorbeelden uit de beschikbare lijst:

  • Ernstig (Major): dolasetron, eliglustat
  • Matig (Moderate): onder meer cimetidine, famotidine, claritromycine, bupropion, levofloxacine, loperamide, palonosetron
  • Licht (Minor): onder meer ascorbinezuur, kaliumcitraat, metronidazol

Aanvullende signalen uit de literatuur: flecaïnide kan proaritmisch werken bij patiënten met hart- en vaatziekten en een Brugada-patroon demasqueren, vooral bij overdosering of combinatie met andere natriumkanaalblokkers. Er zijn ook interacties tussen antiaritmica en DOAC’s beschreven die het risico op bloeding of beroerte kunnen beïnvloeden.


Conclusie en vervolgstappen

Beslissing: Hold

Onderbouwing:

  • De voorspelling voor beroerte is gebaseerd op een indirect verband via vermindering van atriumfibrilleren. De enige fase 3-studie meet aritmie na PFO-sluiting, niet beroerte, en heeft nog geen resultaten.
  • De Nederlandse vergunning is doorgehaald, en veel contra-indicaties (structurele hartziekte, myocardinfarct, geleidingsstoornissen) overlappen met de doelgroep van patiënten met beroerterisico.

Om verder te gaan is het volgende nodig:

  • Resultaten van NCT05213104 en beoordeling of deze relevant zijn voor beroerte-uitkomsten
  • Gegevens over het werkingsmechanisme (DrugBank)
  • De bijsluiter/SmPC van het CBG-MEB voor waarschuwingen en contra-indicaties (blokkerende datalacune voor veiligheidsscreening)
  • Gerichte studies of analyses naar beroerte-uitkomsten bij patiënten met atriumfibrilleren die flecaïnide gebruiken, met selectie van patiënten zonder structurele hartziekte
  • Een beoordeling van de regelgevingsstatus en de haalbaarheid van herintroductie in Nederland

    Disclaimer

Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.



Copyright © 2026 藥提醒科技有限公司 (yao.care). For research purposes only. Not medical advice.

This site uses Just the Docs, a documentation theme for Jekyll.