Flecainide
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 10 |
Inhoudsopgave
Flecaïnide: Van atriumfibrilleren naar beroerte (stroke disorder)
Samenvatting in één alinea
Flecaïnide is een klasse-IC-antiaritmicum (natriumkanaalblokker) dat oorspronkelijk wordt gebruikt voor ritmecontrole bij atriumfibrilleren. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij beroerte (stroke disorder). Hiervoor is 1 fase 3-studie geregistreerd, die echter een indirect eindpunt heeft (aritmie na PFO-sluiting), en de beschikbare literatuur bestaat vooral uit overzichtsartikelen en observationele studies over atriumfibrilleren. Directe bewijsvoering voor preventie van beroerte ontbreekt.
Snel overzicht
| Onderdeel | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Atriumfibrilleren (afkomstig uit de kennisgraaf; in de Nederlandse vergunning is geen indicatietekst beschikbaar) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Beroerte (stroke disorder) |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,91% |
| Bewijsniveau | L2 (conservatief toegekend; zie toelichting hieronder) |
| Status op de Nederlandse markt | Alleen doorgehaald (vergunning ingetrokken) |
| Aantal vergunningen | 1 (0 geldig, 1 doorgehaald) |
| Aanbevolen beslissing | Hold |
Toelichting bewijsniveau: de enige fase 3-studie is nog niet afgerond en meet geen beroerte-uitkomsten. Strikt genomen voldoet dit niet aan de criteria voor L1 of L2 en is het bewijs voor de directe indicatie in de praktijk beperkt tot een modelvoorspelling met indirecte ondersteuning.
Waarom is deze voorspelling redelijk?
Voor het werkingsmechanisme zijn in de voor dit rapport samengestelde gegevens geen details beschikbaar. Op basis van bekende informatie is flecaïnide een klasse-IC-natriumkanaalblokker, werkzaam bij ritmecontrole van atriumfibrilleren. Mechanistisch zou het daarom indirect van belang kunnen zijn bij beroerte.
Het verband is indirect: atriumfibrilleren is een belangrijke oorzaak van cardio-embolische beroerte. Een eventueel voordeel zou voortkomen uit vermindering van de aritmielast, niet uit een directe neuroprotectieve of antitrombotische werking. De geregistreerde fase 3-studie onderzoekt flecaïnide om atriale aritmie na sluiting van een patent foramen ovale (PFO) te verminderen. PFO-sluiting wordt uitgevoerd ter secundaire preventie van beroerte. Het verband betreft dus aritmie als complicatie van de ingreep, niet beroerte zelf.
Daarbij is flecaïnide gecontra-indiceerd bij structurele hartziekte, die bij patiënten met cerebrovasculaire aandoeningen vaak voorkomt. Dit beperkt de toepasbaarheid.
Bewijs uit klinische studies
| Studienummer | Fase | Status | Inschrijving | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| NCT05213104 | Fase 3 | Actief, niet meer werven | 186 | Flecaïnide om het risico op atriale aritmie of tachycardie na PFO-sluiting te verlagen. Primair eindpunt is aritmie, niet herhaalde beroerte. Resultaten nog niet beschikbaar; geplande einddatum 11-09-2026. |
Bewijs uit de literatuur
Hieronder staan de meest relevante publicaties, met voorrang voor trialanalyses, meta-analyses en cohortstudies. Geen enkele publicatie toont direct aan dat flecaïnide beroerte voorkomt.
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 38702961 | 2024 | Subanalyse van RCT (EAST-AFNET 4) | Europace | Veiligheid en werkzaamheid van langdurige natriumkanaalblokkers (flecaïnide, propafenon) voor vroege ritmecontrole; bezorgdheid over proaritmie bij hart- en vaatziekten. |
| 25820938 | 2015 | Systematische review/meta-analyse | Cochrane Database Syst Rev | Antiaritmica voor behoud van sinusritme na cardioversie van atriumfibrilleren; effect op mortaliteit en andere klinische uitkomsten. |
| 41954064 | 2026 | Cohortstudie | J Am Heart Assoc | Langetermijnuitkomsten van klasse-1C-antiaritmica bij atriumfibrilleren ten opzichte van frequentiecontrole. |
| 38551548 | 2024 | Cohort/meta-analyse | JACC Clin Electrophysiol | Klasse-1C-middelen voor onderdrukking van premature ventriculaire complexen bij niet-ischemische cardiomyopathie. |
| 41152878 | 2025 | Cohortstudie | BMC Med | Gelijktijdig gebruik van DOAC’s en interacterende antiaritmica en het risico op beroerte en bloeding bij niet-valvulair atriumfibrilleren. |
| 37109225 | 2023 | Gerandomiseerde pilotstudie | J Clin Med | Carvedilol versus flecaïnide bij idiopathische PVC’s uit de uitstroombaan. |
| 8729366 | 1995 | Klinische studie (n=38) | Arch Mal Coeur Vaiss | Atriale elektrofysiologie bij onverklaarde ischemische cerebrovasculaire aandoeningen, inclusief effect van intraveneuze flecaïnide op atriale aritmieën. |
| 25430048 | 2014 | Review | BMJ Clin Evid | Acuut atriumfibrilleren verhoogt het risico op beroerte en hartfalen. |
| 27884575 | 2017 | Casusbeschrijving | J Emerg Med | Brugada-patroon veroorzaakt door een flecaïnide-overdosis. |
| 30067936 | 2018 | Richtlijn | Med J Aust | Australische richtlijnen voor diagnose en behandeling van atriumfibrilleren. |
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 119258//10098 | Tambocor 100 mg tabletten | Tablet (100 mg) | Niet beschikbaar (vergunning doorgehaald) |
Het enige Nederlandse product is doorgehaald; er is momenteel geen geldige vergunning voor een enkelvoudig of combinatiepreparaat. Raadpleeg voor actuele informatie het CBG-MEB.
Veiligheidsoverwegingen
Voor de bijsluiter- en SmPC-gegevens van het CBG-MEB zijn in de samengestelde gegevens geen waarschuwingen of contra-indicaties beschikbaar. Raadpleeg de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) voor volledige veiligheidsinformatie.
Contra-indicaties volgens de kennisgraaf (geen bijsluitertekst, maar relaties uit de TxGNN-kennisgraaf):
- Hartaandoeningen: myocardinfarct, coronaire trombose, atrioventriculair blok, sinusknoopziekte (waaronder familiaire vorm)
- Nier- en leverziekte, galblaasaandoeningen
- Kaliumtekort
- Hemoglobinopathie
- Pyoureter
Geneesmiddelinteracties: in totaal zijn 234 interacties gevonden. Voorbeelden uit de beschikbare lijst:
- Ernstig (Major): dolasetron, eliglustat
- Matig (Moderate): onder meer cimetidine, famotidine, claritromycine, bupropion, levofloxacine, loperamide, palonosetron
- Licht (Minor): onder meer ascorbinezuur, kaliumcitraat, metronidazol
Aanvullende signalen uit de literatuur: flecaïnide kan proaritmisch werken bij patiënten met hart- en vaatziekten en een Brugada-patroon demasqueren, vooral bij overdosering of combinatie met andere natriumkanaalblokkers. Er zijn ook interacties tussen antiaritmica en DOAC’s beschreven die het risico op bloeding of beroerte kunnen beïnvloeden.
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Hold
Onderbouwing:
- De voorspelling voor beroerte is gebaseerd op een indirect verband via vermindering van atriumfibrilleren. De enige fase 3-studie meet aritmie na PFO-sluiting, niet beroerte, en heeft nog geen resultaten.
- De Nederlandse vergunning is doorgehaald, en veel contra-indicaties (structurele hartziekte, myocardinfarct, geleidingsstoornissen) overlappen met de doelgroep van patiënten met beroerterisico.
Om verder te gaan is het volgende nodig:
- Resultaten van NCT05213104 en beoordeling of deze relevant zijn voor beroerte-uitkomsten
- Gegevens over het werkingsmechanisme (DrugBank)
- De bijsluiter/SmPC van het CBG-MEB voor waarschuwingen en contra-indicaties (blokkerende datalacune voor veiligheidsscreening)
- Gerichte studies of analyses naar beroerte-uitkomsten bij patiënten met atriumfibrilleren die flecaïnide gebruiken, met selectie van patiënten zonder structurele hartziekte
- Een beoordeling van de regelgevingsstatus en de haalbaarheid van herintroductie in Nederland
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.