Cetirizine
| Bewijsniveau: L2 | Voorspelde indicaties: 6 |
Inhoudsopgave
Cetirizine: Van allergische rhinitis naar allergische urticaria
Samenvatting in één zin
Cetirizine is een tweede-generatie H1-antihistaminicum, oorspronkelijk gebruikt voor allergische rhinitis en idiopathische urticaria. Het TxGNN-model voorspelt dat het werkzaam kan zijn bij allergische urticaria, met 1 klinische studie (fase 3-pilot) en 18 publicaties in de data die voor dit rapport zijn samengesteld. Het bewijs is vooral indirect: één kleine pilotstudie en overwegend reviews.
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Allergische rhinitis, vasomotorische rhinitis, idiopathische urticaria, allergische conjunctivitis en verkoudheidsklachten (de goedkeuringstekst van de Nederlandse vergunning is niet beschikbaar) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Allergische urticaria |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,99% |
| Bewijsniveau | L2 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen doorgehaalde vergunning (geen geldige registratie in de data) |
| Aantal vergunningen | 1 (0 geldig, 1 doorgehaald) |
| Aanbevolen beslissing | Proceed with Guardrails (doorgaan met waarborgen) |
Waarom is deze voorspelling redelijk?
Gegevens over het werkingsmechanisme zijn in de samengestelde data niet beschikbaar. Cetirizine behoort echter tot de H1-receptorantagonisten, en dit mechanisme is goed bekend. Bij allergische urticaria geven mestcellen histamine af, wat leidt tot kwaddels (wheals) en roodheid (flare). Blokkade van de H1-receptor sluit hier direct op aan.
De voorspelde indicatie ligt bovendien zeer dicht bij de bestaande indicatie idiopathische urticaria. Het gaat dus vooral om een uitbreiding binnen het bekende klasse-effect en niet om een nieuw mechanisme. Dit verklaart de zeer hoge modelscore.
Bewijs uit klinische studies
| Studienummer | Fase | Status | Inclusie | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| NCT02023164 | Fase 3 | Afgerond | 36 | Gerandomiseerde, dubbelblinde multicenter-pilotstudie naar intraveneuze cetirizine (10 mg) versus difenhydramine (50 mg) bij acute urticaria op spoedeisende hulp, spoedposten en allergiekliniekken. Toont haalbaarheid; geen definitieve werkzaamheidsstudie. |
Bewijs uit de literatuur
De lijst bevat vooral reviews. Er zijn geen gerandomiseerde studies (RCT’s) naar allergische urticaria geïdentificeerd.
| PMID | Jaar | Type | Tijdschrift | Belangrijkste bevindingen |
|---|---|---|---|---|
| 7510611 | 1993 | Review | Drugs | Cetirizine is effectief en goed verdragen bij seizoens- en perenniale allergische rhinitis en chronische idiopathische urticaria bij volwassenen. |
| 1981354 | 1990 | Review | Drugs | Farmacologische eigenschappen en klinisch potentieel van cetirizine bij rhinitis, door pollen uitgelokt astma en chronische urticaria; geen sederend effect bij 10 mg per dag. |
| 16278258 | 2005 | Review | Ann Pharmacother | Werkzaamheid en veiligheid van eerste- en nieuwere generatie antihistaminica bij allergische rhinitis en chronische idiopathische urticaria. |
| 7530629 | 1994 | Review | Drugs | Bij chronische idiopathische urticaria zijn niet-sederende antihistaminica de hoeksteen van de behandeling. |
| 7645679 | 1995 | Review | Allergy | Overzicht van klinische studies met cetirizine bij allergische rhinitis en chronische urticaria. |
| 18201439 | 2007 | Review | Allergy Asthma Proc | Levocetirizine (R-enantiomeer van cetirizine) bij allergische rhinitis en chronische idiopathische urticaria. |
| 19808127 | 2009 | Review | Clin Ther | Levocetirizine bij allergische rhinitis en chronische idiopathische urticaria bij volwassenen en kinderen. |
| 17017922 | 2006 | Review | Curr Med Chem | Levocetirizine: gunstige farmacokinetiek en minimale hepatische metabolisme. |
| 11034010 | 2000 | Casusbeschrijving | J Clin Gastroenterol | Casus van cetirizine-geïnduceerde cholestase; relevant voor de veiligheid. |
| 19348661 | 2009 | Casusbeschrijving | J Dermatol | Zeldzame casus van urticaria uitgelokt door H1-antihistaminica. |
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 120211//14635 | Zyrtec 1 mg/ml drank | Niet vermeld | Niet vermeld (vergunning doorgehaald) |
Voor het actuele overzicht van geregistreerde producten en de goedgekeurde indicaties wordt verwezen naar de database van het CBG-MEB.
Veiligheidsoverwegingen
Contra-indicaties volgens de kennisgraaf (niet gebaseerd op bijsluitertekst): de kennisgraaf koppelt cetirizine aan de volgende aandoeningen als aandachtspunt of contra-indicatie. Dit moet worden getoetst aan de SmPC.
- Hart- en vaatziekten: hypertensie, coronaire hartziekte, atherosclerose
- Nier- en leveraandoeningen: nierziekte (waaronder chronische nierziekte en terminaal nierfalen), leverziekte, galblaasziekte
- Stofwisseling en hormonen: diabetes mellitus, diabetische ketoacidose, hyperthyreoïdie (Graves, thyreotoxicose)
- Overig: benigne prostaathyperplasie, glaucoom (waaronder geslotenhoekglaucoom), pyoureter
Geneesmiddelinteracties: er zijn in totaal 783 interacties gevonden. Voorbeelden van matige interacties zijn bupropion, dronabinol, loperamide, metoclopramide, morfine, nabilon, opium, sibutramine, difenoxine en difenoxylaat. Dit zijn vooral middelen met een centraal dempend effect.
Casuïstiek: er is een melding van cetirizine-geïnduceerde cholestase (PMID 11034010).
Bijsluitertekst met waarschuwingen en contra-indicaties was niet beschikbaar. Raadpleeg de SmPC en de bijsluiter (PIL) voor de volledige veiligheidsinformatie.
Andere voorspelde indicaties (ter oriëntatie)
| Voorspelde indicatie | TxGNN-score | Bewijsniveau | Aanbeveling |
|---|---|---|---|
| Koude urticaria | 99,95% | L3 | Proceed with Guardrails. Kleine studies, o.a. cetirizine met zafirlukast; geen fase 3-RCT. Verhoging van de dosering boven de geregistreerde dosis moet voorzichtig gebeuren. |
| Aandoening van de neusholte | 99,77% | L4 | Onderzoeksvraag. Te breed begrip; eerst nader specificeren. |
| Acute laryngofaryngitis | 99,72% | L5 | Hold. Alleen modelscore; H1-blokkade behandelt de meestal infectieuze oorzaak niet. |
| Rosacea-conjunctivitis | 99,41% | L5 | Hold. Zwakke mechanistische onderbouwing. |
| Therapieresistente atopische dermatitis | 99,19% | L5 | Hold. Beperkte werkzaamheid van antihistaminica; alleen jeukverlichting plausibel. |
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Proceed with Guardrails
Onderbouwing:
- Het H1-mechanisme past direct bij urticaria en de indicatie ligt dicht bij de bestaande indicatie idiopathische urticaria. Het directe klinische bewijs bestaat echter slechts uit één kleine fase 3-pilotstudie (n=36), die geen definitieve werkzaamheid aantoont (daarom L2).
- De Nederlandse vergunning is doorgehaald en bijsluiterinformatie ontbreekt, zodat een volledige veiligheidsbeoordeling nog niet mogelijk is.
Voor vervolg is nodig:
- De SmPC en bijsluiter van het CBG-MEB ophalen en analyseren (waarschuwingen en contra-indicaties; dit is een blokkerende leemte)
- Gegevens over het werkingsmechanisme aanvullen, bijvoorbeeld uit DrugBank
- Een bevestigende RCT of systematische review voor allergische urticaria, met de IV-toedieningsroute apart beoordeeld (de pilotstudie gebruikte een injectie, die in Nederland niet als geregistreerd product is vastgesteld)
- Controle van de actuele marktstatus en beschikbare toedieningsvormen in Nederland
- Een veiligheidsplan voor patiënten met nier- of leverfunctiestoornissen, hart- en vaatziekten, glaucoom of prostaathyperplasie, en voor gelijktijdig gebruik van sederende middelen
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.