Amantadine
| Bewijsniveau: L5 | Voorspelde indicaties: 4 |
Inhoudsopgave
Amantadine: Van de ziekte van Parkinson naar Rasmussen-encefalitis
Samenvatting in één zin
Amantadine wordt oorspronkelijk gebruikt bij de ziekte van Parkinson en verwante bewegingsstoornissen. Het TxGNN-model voorspelt dat het mogelijk werkzaam is bij Rasmussen-encefalitis (subacute encefalitis van Rasmussen), maar op dit moment zijn er 0 klinische studies en 0 publicaties die deze specifieke voorspelling ondersteunen. Het is dus een zuiver modelmatige voorspelling.
Snel overzicht
| Item | Inhoud |
|---|---|
| Oorspronkelijke indicatie | Ziekte van Parkinson en verwante parkinsonistische aandoeningen (volgens de kennisgraaf; er is geen goedgekeurde indicatietekst beschikbaar in de registratiegegevens) |
| Voorspelde nieuwe indicatie | Rasmussen-encefalitis (Rasmussen subacute encefalitis) |
| TxGNN-voorspellingsscore | 99,48% |
| Bewijsniveau | L5 |
| Marktstatus in Nederland | Alleen doorgehaald (vervallen registratie) |
| Aantal vergunningen | 1 |
| Aanbevolen beslissing | Hold |
Waarom is deze voorspelling aannemelijk?
Gedetailleerde gegevens over het werkingsmechanisme zijn momenteel niet beschikbaar in de voor dit rapport samengestelde data. Op basis van algemene kennis is amantadine een NMDA-receptorantagonist met dopaminerge modulerende eigenschappen, en het remt ook het M2-ionkanaal van het influenzavirus. De werkzaamheid bij de ziekte van Parkinson is bekend.
Bij Rasmussen-encefalitis worden door glutamaatreceptoren gemedieerde excitotoxiciteit en auto-immuniteit (de anti-GluR3-hypothese) als mogelijke mechanismen genoemd. Een NMDA-antagonist zou daarom mechanistisch een rol kunnen spelen. Dit blijft echter een hypothese: de voorspelling is niet klinisch gevalideerd, en de relatie met de oorspronkelijke indicaties (bewegingsstoornissen) is niet nader uitgewerkt.
Bewijs uit klinische studies
Momenteel zijn er geen gerelateerde klinische studies geregistreerd.
Bewijs uit de literatuur
Momenteel is er geen gerelateerde literatuur beschikbaar voor Rasmussen-encefalitis.
Ter informatie: voor andere hoog-scorende voorspellingen is wel enige literatuur gevonden (zie hieronder bij “Overige voorspelde indicaties”).
Informatie over de Nederlandse markt
| RVG-nummer | Productnaam | Toedieningsvorm | Goedgekeurde indicatie |
|---|---|---|---|
| RVG 119789//05352 | Symmetrel 100 mg capsules | Capsule (volgens productnaam) | Niet beschikbaar; vergunning doorgehaald |
Deze enige vergunning heeft de status “doorgehaald”. Er is dus momenteel geen geldige registratie bij het CBG-MEB in de gebruikte data.
Veiligheidsoverwegingen
- Contra-indicaties uit de kennisgraaf (afgeleid uit TxGNN/PrimeKG, geen bijsluitertekst): multipele systeematrofie, posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom, orthostatische hypotensie, epilepsie, nierziekte, pyoureter, congestief hartfalen, psychotische stoornis, schizofreniforme stoornis, psychische stoornis, schizoaffectieve stoornis, melanoom, hoekafsluitingsglaucoom (nauwehoekglaucoom), middelengerelateerde stoornissen/afhankelijkheid, atopisch eczeem en dermatitis.
- Geneesmiddeleninteracties: in totaal 117 interacties gevonden. Belangrijkste voorbeelden:
- Ernstig (Major): bupropion.
- Matig (Moderate): anticholinerge middelen en spasmolytica zoals atropine, clidinium, dicyclomine, glycopyrronium, hyoscyamine, mepenzolaat, methscopolamine, propantheline, scopolamine en trospium; daarnaast metoclopramide, macrogol (3350 met elektrolyten), picosulfaat en natriumsulfaat.
Raadpleeg voor waarschuwingen en formele contra-indicaties de SmPC (Samenvatting van de Productkenmerken) en de bijsluiter.
Overige voorspelde indicaties (ter context)
| Voorspelde indicatie | Score | Bewijsniveau | Opmerking |
|---|---|---|---|
| Transaldolasedeficiëntie | 99,27% | L5 | Geen studies of literatuur; geen duidelijke mechanistische link, waarschijnlijk een netwerkartefact |
| Myelitis | 99,24% | L3 | Literatuur betreft vooral post-polio-syndroom (o.a. een dubbelblinde, placebogecontroleerde studie uit 1995 naar vermoeidheid, Cochrane-reviews uit 2011 en 2015, EFNS-richtlijn 2006); bewijs voor effect onvoldoende; link met myelitis indirect |
| PLA2G6-geassocieerde neurodegeneratie | 99,23% | L4 | Enige publicatie (PMID 31366412) betreft gangstoornis bij PKAN, een andere NBIA-subtype; indirect bewijs |
Conclusie en vervolgstappen
Beslissing: Hold
Onderbouwing:
- De score is zeer hoog (99,48%), maar er zijn geen klinische studies of literatuur voor Rasmussen-encefalitis. Het bewijsniveau is L5 en de Nederlandse registratie is doorgehaald.
Om verder te gaan is het volgende nodig:
- Gegevens over het werkingsmechanisme (bijv. via DrugBank) en een uitgewerkte mechanistische analyse voor Rasmussen-encefalitis
- Systematische literatuursearch en preklinisch of casuïstisch bewijs bij Rasmussen-encefalitis
- Bijsluiter/SmPC-informatie van het CBG-MEB (waarschuwingen en contra-indicaties), die nu ontbreekt en een voorwaarde is voor de veiligheidsscreening
- Beoordeling van de toedieningsroute en de regulatoire haalbaarheid, gezien de doorgehaalde vergunning
Disclaimer
Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden en vormt geen medisch advies. Klinische validatie is vereist vóór elke klinische toepassing.